1. Helling
Een helling verwijst naar de stijging of daling van een oppervlak, zoals een weg, heuvel of pad. Het geeft de steilheid van het terrein aan. Rijden op hellingen vereist extra aandacht voor de veiligheid van zowel voertuig als bestuurder. Hier lees je hoe je bergop en bergaf rijdt:
- Heuvelop rijden (stijging):
- Schakel naar een lagere versnelling – Als u in een handgeschakelde auto rijdt, schakel dan naar een lagere versnelling (bijv. 2e of 3e versnelling) om voldoende kracht te hebben om omhoog te komen.
- Houd een gelijkmatige snelheid aan – Rijd consequent zonder de motor te zwaar te belasten, maar zorg dat de auto niet te veel snelheid verliest.
- Heuvelaf rijden (afdaling):
- Gebruik lagere versnellingen - Gebruik altijd een lagere versnelling tijdens het afdalen (bij handgeschakelde voertuigen) om de snelheid te verminderen. Zo helpt de motor mee om het voertuig af te remmen in plaats van alleen de remmen te gebruiken.
- Voorkom overmatig remmen - Te hard of te vaak remmen tijdens het afdalen kan oververhitting en uitval van de remmen veroorzaken. Gebruik daarom motorremmen om te vertragen.