QuizVerkeersregelsBrussel
Test uw kennis met onze meerkeuzequiz. Leer van elk antwoord en vergroot uw kennis van de verkeersregels en verkeersborden van Brussel.
51. Wat moet u doen voordat u door een plas rijdt?
Grote plassen kunnen gaten verbergen, de grip verminderen of water op voetgangers en andere voertuigen doen opspatten. Vertraag en rijd voorzichtig.
52. Wat doet het draaien van een traditioneel contactslot naar OFF normaal?
Door een traditioneel contactslot naar OFF te draaien, worden de motor en ontstekingssystemen uitgeschakeld. De sleutel kan daarna normaal naar LOCK worden gedraaid en verwijderd.
53. Welke bediening wordt normaal gebruikt om tussen dimlicht en grootlicht te schakelen?
De verlichtingshendel wordt normaal gebruikt om tussen dimlicht en grootlicht te schakelen. De exacte beweging verschilt per voertuig, dus controleer de bediening vóór het rijden.
54. Waarom moet u een hond nabij verkeer aan de leiband houden?
Honden kunnen onvoorspelbaar reageren op voertuigen, mensen, geluiden of andere dieren. Een hond kort onder controle aan de leiband houden nabij verkeer vermindert het risico dat hij plotseling de weg op loopt en zichzelf of andere weggebruikers in gevaar brengt.
55. Welk woord staat in Brussel meestal op STOP-borden?
In Brussel staat op STOP-borden meestal het woord STOP.
56. Wat geeft dit symbool van een voertuigbediening aan?
Deze bediening past de helderheid van het instrumentenpaneel en de dashboardverlichting aan, zodat de bestuurder de lichtsterkte kan verminderen of verhogen.
57. Hoe beïnvloedt een hogere snelheid de stopafstand van een voertuig?
Naarmate de snelheid stijgt, legt het voertuig tijdens de reactie van de bestuurder meer afstand af en is meer afstand nodig om te remmen. Daardoor neemt de totale stopafstand aanzienlijk toe naarmate de snelheid stijgt.
58. Wat moet u doen wanneer een wegwerker het verkeer regelt?
Bevoegde wegwerkers mogen het verkeer door een werfzone regelen. Kijk goed en volg hun aanwijzingen.
59. Wat is het minimale rijbewijs voor een minibus van 8 m voor 16 passagiers plus de bestuurder?
Categorie D1 omvat voertuigen die ontworpen zijn voor het vervoer van niet meer dan 16 passagiers naast de bestuurder en een maximale lengte hebben van 8 meter.
60. Welk voertuigtype hoort vooral bij rijbewijs B?
Rijbewijs B hoort vooral bij auto's. Categorie B omvat gewone auto's, terwijl categorie B met Code 96 en categorie BE zwaardere aanhangwagencombinaties toestaan.
61. Moeten auto's in Brussel materiaal bij zich hebben om een lekke band te verhelpen?
Auto's in Brussel hoeven doorgaans geen reservewiel of bandenreparatieset bij zich te hebben.
62. Waar moet u een wiel vervangen na een lekke band?
Het voertuig moet stabiel staan en beschermd zijn tegen verkeer. Trek de parkeerrem aan en volg de instructies van de fabrikant voor het verwisselen van een wiel.
63. Waarom moet u dimlichten inschakelen voordat u een tunnel binnenrijdt?
Tunnelverlichting kan veel donkerder zijn dan daglicht. Dimlichten helpen u zien en maken uw voertuig beter zichtbaar.
64. Wat moet u doen voordat u een voetgangersoversteekplaats gebruikt?
Controleer ook bij een voetgangersoversteekplaats of naderende bestuurders u hebben gezien en kunnen stoppen voordat u oversteekt.
65. Wat staat Code 96 toe met een rijbewijs B?
Code 96 staat toe dat een voertuig van categorie B een aanhangwagen van meer dan 750 kg trekt wanneer de gezamenlijke maximaal toegelaten massa meer dan 3.500 kg maar niet meer dan 4.250 kg bedraagt. Code 96 is geen afzonderlijke rijbewijscategorie.
66. Wat moet u doen nadat u hard door een diepe put in de weg bent gereden?
Een harde botsing met een put in de weg kan banden, velgen, stuurinrichting, ophanging of wieluitlijning beschadigen. Controleer banden en wielen wanneer u veilig kunt stoppen en let op ongewone trillingen, trekken of veranderingen in het sturen. Laat het voertuig nakijken als u schade vermoedt.
67. Wat moet u doen bij een spoorwegovergang zonder slagbomen?
Nader spoorwegovergangen voorzichtig, volg eventuele stopverplichtingen en waarschuwingssignalen of slagbomen en steek alleen over wanneer dit veilig is.
68. Wie is verantwoordelijk voor de veiligheid bij het oversteken?
Verkeersveiligheid is een gedeelde verantwoordelijkheid. Voetgangers, bestuurders en fietsers moeten allemaal alert blijven en de regels volgen.
69. Welke wegmarkeringen moet u bij wegwerkzaamheden volgen?
Tijdelijke wegmarkeringen kunnen tijdens wegwerkzaamheden de normale rijstrookindeling vervangen. Volg de markeringen en borden die het verkeer op dat moment leiden.
70. Wat geeft dit dashboardsymbool aan?
Dit symbool geeft aan dat het voertuig onderhoud of een servicebeurt nodig heeft. De precieze betekenis en het vereiste onderhoud kunnen per voertuig verschillen; controleer daarom het voertuiginformatiedisplay of de handleiding.
71. Wat moet u doen als tegemoetkomende koplampen u ’s nachts verblinden?
Felle koplampen kunnen uw zicht verminderen. Kijk er niet recht in, vertraag indien nodig en gebruik de wegrand of rijstrookmarkeringen om u veilig te oriënteren.
72. Wat geeft dit symbool van een voertuigbediening aan?
Het A/C-symbool bedient de airconditioning van het voertuig. Airconditioning kan de lucht in het voertuig koelen en ontvochtigen, wat ook kan helpen om beslagen ruiten vrij te maken.
73. Welke rijbewijscategorie hoort vooral bij vrachtwagens?
Rijbewijs C hoort vooral bij vrachtwagens. Categorie C1 omvat kleinere zware voertuigen, C grotere zware voertuigen en C1E en CE staan zwaardere aanhangwagens toe.
74. Hoe kunt u controleren of een handgeschakelde versnellingsbak in neutraal staat?
Wanneer een handgeschakelde versnellingsbak in neutraal staat, kan de versnellingspook normaal vrij van links naar rechts door het midden van het schakelpatroon bewegen. Controleer waar nodig vóór het starten van de motor of neutraal is geselecteerd.
75. Wat moet u doen als opspattend water van andere voertuigen het zicht bemoeilijkt?
Opspattend water kan het zicht ernstig verminderen. Door te vertragen en uw afstand te vergroten, krijgt u meer tijd en beter zicht.
76. Wat moet u doen als een EV-laadkabel of connector beschadigd is?
Gebruik geen beschadigde laadkabel of connector. Schade kan gevaar voor elektrische schokken, oververhitting of brand veroorzaken. Gebruik geschikte onbeschadigde laadapparatuur en meld het defect of laat het professioneel repareren of vervangen.
77. Wanneer moet u uw veiligheidsgordel vastmaken?
Maak uw veiligheidsgordel vast voordat het voertuig begint te rijden en houd hem tijdens de hele rit vast. Zorg dat uw passagiers ook veilig zitten en correct zijn vastgegespt.
78. Waar is stilstaan of parkeren verboden in de buurt van een zebrapad?
U mag niet stilstaan of parkeren op een zebrapad of op de rijbaan binnen vijf meter ervoor. Zo kunnen naderende bestuurders voetgangers beter zien.
79. Wat betekent Code 01.01 op een Belgisch rijbewijs?
Code 01.01 betekent dat de bestuurder tijdens het rijden met de betrokken voertuigcategorie een bril moet dragen.
80. Wat moet u doen als u brandstof ruikt of brandstof uit uw voertuig ziet lekken?
Lekkende brandstof vormt een ernstig brandgevaar. Houd mensen uit de buurt, start de motor niet opnieuw en regel professionele hulp.
81. Waarom moet de hoofdsteun correct worden afgesteld?
Een correct afgestelde hoofdsteun ondersteunt het hoofd en kan het risico op nekletsel verminderen, vooral bij een aanrijding van achteren. De bovenkant van de hoofdsteun hoort normaal ongeveer op gelijke hoogte met de bovenkant van het hoofd te staan.
82. Wat moet u doen als het vizier van uw motorhelm begint te beslaan?
Een beslagen vizier kan uw zicht op de weg ernstig verminderen. Verminder uw snelheid en gebruik waar beschikbaar de ventilatie-, ontwasemings- of anticondensfuncties van de helm. Kunt u veilig geen helder zicht herstellen, stop dan op een veilige plaats voordat u verderrijdt.
83. Waarom moet een daklading stevig worden bevestigd?
Een daklading wordt blootgesteld aan sterke luchtstromen en bewegingen. Ze moet correct worden vastgezet en binnen de toegestane limieten blijven.
84. Wat geeft dit symbool van een voertuigbediening aan?
Met deze bediening kan bij voertuigen die hiermee zijn uitgerust de airbag van de voorpassagier worden uitgeschakeld. De airbag moet worden uitgeschakeld wanneer een achterwaarts gericht kinderbeveiligingssysteem op de voorpassagiersstoel wordt gebruikt.
85. Wanneer moet u invoegen als uw rijstrook eindigt tijdens sterk vertraagd verkeer?
Bij sterk vertraagd verkeer verplicht de Belgische ritsregel bestuurders de eindigende rijstrook te gebruiken tot vlak voor de versmalling. Bestuurders op de doorgaande rijstrook moeten vervolgens om de beurt één voertuig laten invoegen.
86. U moet uw spiegels afstellen voordat u begint te rijden.
Goed afgestelde spiegels verbeteren het zicht en helpen u het verkeer rond uw voertuig te volgen.
87. Wat is de maximumsnelheid in een Belgisch woonerf of erf?
In een woonerf of erf mogen voetgangers de volledige breedte van de weg gebruiken en bedraagt de maximumsnelheid 20 km/h.
88. Wat maakt de ACC-stand van een traditioneel contactslot normaal mogelijk?
De ACC-stand (accessoire) levert normaal stroom aan bepaalde elektrische accessoires, zoals het audiosysteem, zonder de motor te starten. De beschikbare functies kunnen per voertuig verschillen.
89. Wat moet u doen als een politieagent u door een rood licht leidt?
Aanwijzingen van een politieagent hebben voorrang op verkeerslichten, verkeersborden en algemene verkeersregels.
90. Welke voertuigen vallen onder rijbewijs C?
Categorie C omvat motorvoertuigen, met uitzondering van de categorieën D1 en D, met een maximaal toegelaten massa van meer dan 3.500 kg en ontworpen voor het vervoer van niet meer dan acht passagiers naast de bestuurder. Een aanhangwagen tot 750 kg mag worden getrokken.
91. Het is veiliger om tijdens het inhalen sneller dan de snelheidslimiet te rijden.
U moet nog steeds veilig rijden en de verkeersregels naleven. Te snel rijden verhoogt het risico en wordt niet automatisch gerechtvaardigd door een inhaalmanoeuvre.
92. Wat gebeurt er normaal met cruisecontrol wanneer u het rempedaal indrukt?
Het indrukken van het rempedaal annuleert of onderbreekt cruisecontrol normaal tijdelijk, zodat de bestuurder de snelheid weer zelf regelt.
93. Wat moet u doen wanneer een bus binnen de bebouwde kom aangeeft dat hij de halte wil verlaten?
Binnen de bebouwde kom moet een bestuurder die in dezelfde richting rijdt een bus de halte laten verlaten wanneer de buschauffeur dit met de richtingaanwijzer aangeeft.
94. Waar moet u heen nadat u een defect voertuig in een tunnel veilig hebt verlaten?
Ga weg van rijdend verkeer en gebruik waar beschikbaar een aangeduide nooduitgang, vluchtruimte of beschermde looproute.
95. Wat moet u doen als de motorkap plotseling opengaat tijdens het rijden?
De motorkap kan uw zicht volledig blokkeren. Vermijd plotselinge bewegingen, gebruik wegmarkeringen of een beschikbare opening om uw rijrichting te behouden en stop veilig.
96. Waarom moeten fietsers vermijden een telefoon in de hand te gebruiken?
Het gebruik van een telefoon kan u afleiden en verhinderen dat u goed stuurt, remt of reageert.
97. Wat moet u doen nadat u door pech bent gestopt?
Zet het voertuig zo vast dat het niet kan bewegen en gebruik de waarschuwingsknipperlichten om naderend verkeer te waarschuwen. Plaats waar vereist en veilig een gevarendriehoek als extra waarschuwing.
98. Waarom is drankjes tellen een onbetrouwbare manier om te bepalen of u kunt rijden?
Alcoholconcentraties en portiegroottes verschillen, en factoren zoals lichaamsgrootte, voeding, medicatie en tijd kunnen de mate van beïnvloeding veranderen.
99. Welke regel geldt voor motorvoertuigen in een Belgische fietszone?
Motorvoertuigen mogen een fietszone binnenrijden, maar ze mogen fietsers niet inhalen. De maximumsnelheid in de hele zone is 30 km/h.
100. Wat moet u doen als een geneesmiddel u slaperig maakt?
Als een geneesmiddel slaperigheid veroorzaakt, kunnen uw concentratie, beoordelingsvermogen en reactietijd verminderen. Rijd niet totdat u weer rijgeschikt bent en het effect voorbij is.

Verkeersborden
Verkeersregels
Brussel