VerkeersbordenColombia
176. Epilepsie
Epilepsie is een neurologische aandoening die terugkerende aanvallen kan veroorzaken, waarbij veranderingen in bewustzijn, beweging, waarneming of bewustzijnsniveau kunnen optreden. Omdat een aanval tijdelijk kan verhinderen dat iemand een voertuig veilig bestuurt, kan epilepsie invloed hebben op de rijgeschiktheid en rijbewijsvereisten. De regels verschillen per land en hangen doorgaans af van factoren zoals het type aanval, hoelang iemand aanvalsvrij is, behandeling en medische beoordeling. Wie een aanval heeft gehad, moet de toepasselijke rijregels volgen en medisch advies vragen voordat hij of zij opnieuw rijdt.
177. Nachtblindheid
Nachtblindheid, ook nyctalopie genoemd, is een verminderd vermogen om in het donker of bij weinig licht te zien. Hierdoor kunnen voetgangers, fietsers, wegmarkeringen, bochten of obstakels in het donker en tijdens schemering moeilijker herkenbaar zijn. Nachtblindheid kan verschillende oorzaken hebben, waaronder bepaalde oogaandoeningen, vitaminetekorten of problemen met het netvlies. Bestuurders die moeite hebben om bij weinig licht te zien, moeten rijden vermijden wanneer hun zicht onvoldoende is en professioneel oogheelkundig advies zoeken.
178. Visuele beperking
Visuele beperking is een vermindering van het gezichtsvermogen die het vermogen kan beïnvloeden om scherp te zien, afstanden in te schatten, beweging te detecteren of gevaren te herkennen. Het kan gaan om verminderde gezichtsscherpte, een beperkt gezichtsveld, slechte contrastgevoeligheid, dubbelzien of moeite met zien bij weinig licht. Omdat veilig rijden sterk van het zicht afhankelijk is, moeten bestuurders voldoen aan de minimale gezichtseisen van hun land en zo nodig een bril, contactlenzen of andere goedgekeurde visuele hulpmiddelen gebruiken.
179. Vermoeidheid
Vermoeidheid vermindert concentratie, reactietijd, beoordelingsvermogen en het vermogen om tijdens het rijden alert te blijven. Ze kan ontstaan na lange tijd achter het stuur, te weinig slaap, ziekte, onregelmatige werktijden of rijden op momenten waarop het lichaam normaal rust verwacht. Waarschuwingssignalen zijn vaak geeuwen, zware oogleden, moeite om een constante snelheid of rijstrookpositie te behouden en delen van de rit vergeten. Bestuurders moeten stoppen en rusten zodra zij tekenen van vermoeidheid merken en mogen niet vertrouwen op cafeïne, frisse lucht of luide muziek als vervanging voor slaap.
180. Defecten
Defecten zijn storingen, beschadigingen of slijtage die de veiligheid, verkeersgeschiktheid of naleving van technische eisen van een voertuig kunnen beïnvloeden. Defecten kunnen betrekking hebben op banden, remmen, verlichting, stuurinrichting, ophanging, ruiten, carrosserie, elektrische systemen of andere onderdelen. Sommige zijn klein en moeten zo snel mogelijk worden hersteld, terwijl ernstige of gevaarlijke defecten het voertuig onveilig kunnen maken om mee te rijden. Bestuurders moeten hun voertuig regelmatig controleren en problemen herstellen voordat ze een veiligheidsrisico worden.
181. Verkeersovertreding
Een verkeersovertreding is een handeling die in strijd is met een verkeerswet of verkeersregel, zoals te snel rijden, een verkeersbord negeren, een verboden apparaat gebruiken tijdens het rijden of geen voorrang verlenen. Overtredingen verschillen in ernst en kunnen afhankelijk van het land leiden tot waarschuwingen, boetes, strafpunten, schorsing van het rijbewijs of andere sancties. Ernstiger gedrag dat een groot risico voor andere weggebruikers veroorzaakt kan zwaardere straffen of strafrechtelijke vervolging tot gevolg hebben.
182. Alcohol
Alcohol beïnvloedt beoordelingsvermogen, reactietijd, coördinatie, concentratie en zicht en maakt rijden gevaarlijk nog voordat iemand zich dronken voelt. De wettelijke alcohollimiet verschilt per land en kan lager zijn voor professionele, beginnende of jonge bestuurders. De veiligste keuze is geen alcohol te drinken vóór het rijden. Bestuurders die alcohol hebben gedronken moeten een alternatief gebruiken, zoals een nuchtere aangewezen bestuurder, openbaar vervoer of een taxi.
183. Alcoholcontrole
Een alcoholcontrole is een controle langs de weg om vast te stellen of een bestuurder alcohol heeft gebruikt en of de wettelijke alcohollimiet is overschreden. De politie kan een screeningstoestel, ademtest, ademanalyse of in sommige situaties een bloedtest gebruiken. De precieze procedure en wettelijke limieten verschillen per land. Bestuurders moeten normaal meewerken aan bevoegde tests en het weigeren van een wettige alcoholtest kan op zichzelf tot sancties leiden.
184. Alcoholslot
Een alcoholslot, ook ignition interlock device of alcolock genoemd, is een ademtesttoestel dat met het startsysteem van een voertuig is verbonden. Voordat het voertuig kan worden gestart, moet de bestuurder een ademmonster afgeven dat onder een ingestelde alcohollimiet ligt. Het toestel kan tijdens een rit ook aanvullende tests vragen en informatie registreren over tests, mislukte startpogingen en mogelijke manipulatie. Alcoholsloten worden in sommige landen gebruikt als veiligheidsmaatregel of wettelijke verplichting voor bestuurders die voor alcoholovertredingen zijn veroordeeld.
185. Ademtest
Een ademtest is een voorlopige test langs de weg waarmee alcohol in de adem wordt gedetecteerd en wordt bepaald of verder onderzoek nodig is. De persoon blaast in een draagbaar testtoestel dat het alcoholniveau vergelijkt met vooraf ingestelde grenswaarden. Een ademtest wordt doorgaans gebruikt als screening en niet als definitieve bewijsmeting. Wanneer het resultaat de toepasselijke grens bereikt, kan een nauwkeurigere ademanalyse of een andere wettelijk erkende test volgen.
186. Ademanalyse
Een ademanalyse is een nauwkeurige meting van de alcoholconcentratie in uitgeademde lucht. In tegenstelling tot een voorlopige ademtest, die vooral voor screening wordt gebruikt, gebeurt een ademanalyse met een goedgekeurd bewijstoestel en levert ze een gemeten resultaat op dat voor handhaving kan worden gebruikt. Het resultaat wordt vaak uitgedrukt in milligram alcohol per liter uitgeademde lucht, hoewel procedures en wettelijke grenswaarden per land verschillen.
187. Bloedalcoholgehalte
Het bloedalcoholgehalte (BAC), nauwkeuriger bloedalcoholconcentratie genoemd, geeft aan hoeveel alcohol in iemands bloed aanwezig is. Het wordt meestal uitgedrukt als percentage, gram per liter of promille (‰). Alcohol kan beoordelingsvermogen, reactietijd, coördinatie en zicht aantasten nog voordat de wettelijke BAC-limiet is bereikt. Wettelijke limieten verschillen per land en kunnen lager zijn voor professionele, beginnende of jonge bestuurders.
188. Bloedtest
Een bloedtest kan worden gebruikt om de alcoholconcentratie in iemands bloed te meten. Een zorgverlener neemt een bloedmonster af dat vervolgens in een laboratorium wordt geanalyseerd om de bloedalcoholconcentratie (BAC) vast te stellen. Bij verkeershandhaving kan een bloedtest worden gebruikt wanneer ademtesten onmogelijk of ongeschikt zijn, na een ongeval of als tegenanalyse van een ademresultaat. De omstandigheden waarin een bloedtest kan worden vereist en de wettelijke alcohollimieten verschillen per land.
189. Speekseltest
Een speekseltest is een screeningstest langs de weg waarmee recent gebruik van bepaalde drugs die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden wordt opgespoord. Een speekselmonster wordt uit de mond afgenomen en met een draagbaar toestel op bepaalde stoffen getest. De test wordt doorgaans gebruikt als eerste screening en niet als definitieve bewijsanalyse. Bij een positief resultaat kan een nauwkeurigere speekselanalyse of in sommige omstandigheden een bloedtest volgen.
190. Drugs
Drugs kunnen de rijvaardigheid ernstig beïnvloeden door waarneming, concentratie, reactietijd, coördinatie en beoordelingsvermogen te veranderen. Stimulerende middelen, cannabis, opioïden en andere psychoactieve stoffen kunnen het rijden elk op een andere manier beïnvloeden, en combinatie met alcohol of andere stoffen kan het risico verder vergroten. De effecten kunnen aanhouden nadat iemand zich niet langer onder invloed voelt. De wetgeving over rijden onder invloed van drugs verschilt per land, maar bestuurders mogen nooit rijden wanneer een stof hun vermogen om het voertuig veilig te beheersen beïnvloedt.
191. Geneesmiddelen
Geneesmiddelen kunnen de rijvaardigheid beïnvloeden, ook wanneer ze wettelijk zijn voorgeschreven of zonder voorschrift verkrijgbaar zijn. Sommige geneesmiddelen kunnen slaperigheid, duizeligheid, wazig zicht, verminderde concentratie, tragere reacties of verminderde coördinatie en beoordelingsvermogen veroorzaken. Bestuurders moeten de bijsluiter lezen, de voorgeschreven dosis volgen en een arts of apotheker raadplegen wanneer zij twijfelen of rijden veilig is. Extra voorzichtigheid is nodig bij het starten van een nieuw geneesmiddel, een dosiswijziging of het combineren van meerdere geneesmiddelen of medicatie met alcohol.
192. Sancties
Sancties zijn wettelijke gevolgen van het overtreden van verkeersregels. Afhankelijk van de overtreding en het land kunnen sancties bestaan uit waarschuwingen, boetes, strafpunten, schorsing van het rijbewijs, rijverboden, immobilisatie van het voertuig of gerechtelijke procedures. De zwaarte van de sanctie hangt meestal af van factoren zoals het veroorzaakte gevaar, eerdere overtredingen en de ernst van de overtreding. Sommige overtredingen kunnen rechtstreeks door de politie worden afgehandeld, terwijl ernstigere zaken door een rechtbank moeten worden beslist.
193. Snelheidsovertreding
Een snelheidsovertreding betekent sneller rijden dan de maximumsnelheid die volgens de verkeerswet of een snelheidsbord is toegestaan. Hogere snelheden verkorten de beschikbare reactietijd, vergroten de stopafstand en maken botsingen ernstiger. Bestuurders moeten hun snelheid ook aanpassen aan verkeer, zicht, weer en wegomstandigheden, waardoor zelfs rijden aan de wettelijke limiet soms te snel kan zijn. Sancties voor te snel rijden verschillen per land en kunnen afhangen van hoeveel de limiet werd overschreden en waar de overtreding plaatsvond.
194. Roken
Roken tijdens het rijden kan de bestuurder afleiden doordat een hand bezet is, de aandacht van de weg wordt weggenomen en rook, as of gevallen voorwerpen in het voertuig ontstaan. Tabaksrook kan ook de luchtkwaliteit verminderen en passagiers aan meeroken blootstellen. Sommige landen beperken of verbieden roken in voertuigen, vooral wanneer kinderen aanwezig zijn. Bestuurders moeten het voertuig altijd volledig onder controle houden en activiteiten vermijden die veilig rijden verstoren.
195. Verkeershandhavingscamera
Een verkeershandhavingscamera is een automatisch of op afstand bediend camerasysteem waarmee verkeersovertredingen worden vastgesteld. Afhankelijk van het systeem kunnen camera's snelheid meten, voertuigen detecteren die door rood rijden, kentekens lezen of ander verboden gedrag controleren. Sommige camera's meten een voertuig op één specifieke plaats, terwijl systemen zoals trajectcontrole de gemiddelde snelheid over een langere afstand meten. Welke camera's worden gebruikt, welke overtredingen ze kunnen vaststellen en hoe handhaving verloopt verschilt per land.
196. Ongeval
Een ongeval is een onverwachte gebeurtenis waarbij een of meer weggebruikers betrokken zijn en waarbij schade, letsel of beide ontstaat. Na een verkeersongeval is veiligheid de eerste prioriteit: stop, beveilig de plaats, help gewonden waar mogelijk en neem zo nodig contact op met de hulpdiensten. Bestuurders moeten voorkomen dat extra gevaar ontstaat, de vereiste informatie uitwisselen en de lokale regels voor het melden van het ongeval volgen. Bij ernstige ongevallen kan het nodig zijn de voertuigen te laten staan tot de politie arriveert.
197. Letsel
Letsel na een verkeersongeval kan variëren van kleine snijwonden en kneuzingen tot ernstig of levensbedreigend trauma. De eerste prioriteit is verder gevaar te voorkomen, zo nodig de hulpdiensten te bellen en binnen de eigen mogelijkheden passende hulp te verlenen. Verplaats een ernstig gewonde persoon niet tenzij blijven liggen onmiddellijk gevaar oplevert, en volg de instructies van de meldkamer of opgeleide hulpverleners. Ook wanneer letsel aanvankelijk licht lijkt, kan medische beoordeling nodig zijn omdat sommige symptomen later ontstaan.
198. Neusbloeding
Een neusbloeding is een bloeding uit één of beide neusgaten en wordt meestal veroorzaakt door kleine bloedvaatjes in de neus. De meeste neusbloedingen zijn niet ernstig, maar kunnen een bestuurder afleiden en verder rijden onveilig maken. Begint een neusbloeding tijdens het rijden, stop dan indien mogelijk op een veilige plaats. Ga rechtop zitten, buig iets naar voren en knijp het zachte deel van de neus ongeveer 10–15 minuten onafgebroken dicht. Kantel het hoofd niet achterover, omdat bloed dan in de keel kan lopen. Zoek medische hulp als de bloeding hevig is, na ernstig letsel is ontstaan of niet stopt.
199. Schade
Schade na een verkeersongeval kan voertuigen, weginfrastructuur of andere eigendommen treffen. Schade kan klein zijn, zoals krassen of deuken, of zo ernstig dat een voertuig niet meer veilig kan worden bestuurd. Na een ongeval met alleen materiële schade moeten bestuurders de plaats veilig maken, de vereiste informatie uitwisselen, de omstandigheden documenteren en zo nodig de verzekeraar informeren. Een beschadigd voertuig mag niet worden bestuurd wanneer defecten aan verlichting, banden, stuurinrichting, remmen, ruiten of andere veiligheidsrelevante onderdelen verder rijden onveilig maken.
200. Pech
Pech ontstaat wanneer een voertuig niet veilig verder kan rijden door een mechanisch, elektrisch of ander technisch probleem. Verplaats het voertuig indien mogelijk uit het rijdende verkeer, schakel de alarmlichten in en waarschuw andere weggebruikers. Verlaat het voertuig op wegen met hoge snelheid alleen wanneer dat veilig kan en wacht op een beschermde plaats weg van het verkeer. Neem zo nodig contact op met pechhulp of hulpdiensten en probeer geen reparaties uit die uzelf of anderen in gevaar brengen.

Verkeersregels
Colombia