QuizVerkeersregels
Deze interessante quiz helpt je om je kennis op een duidelijke en visuele manier te testen. Met eenvoudige meerkeuzevragen bouw je snel vertrouwen op en leer je nieuwe feiten, op een eenvoudige, interactieve en leuke manier.
1. Wat moet u doen als de voorruit tijdens het rijden beschadigd raakt?
Ernstige schade kan uw zicht belemmeren en het glas verzwakken. Rijd niet verder als u de weg niet duidelijk kunt zien.
2. Wat geeft dit dashboardsymbool aan?
Dit symbool geeft het cruisecontrolsysteem aan. Cruisecontrol kan een gekozen voertuigsnelheid aanhouden zonder dat de bestuurder het gaspedaal voortdurend indrukt. Het precieze gedrag van de indicator kan per voertuig verschillen.
3. Wat geeft dit symbool van een voertuigbediening aan?
Dit symbool geeft de claxonbediening aan. De claxon wordt gebruikt om andere weggebruikers indien nodig voor uw aanwezigheid te waarschuwen.
4. Waarom moet u plotselinge stuurbewegingen op sneeuw of ijs vermijden?
Abrupt sturen kan de beperkte grip op een glad oppervlak overschrijden. Soepel sturen helpt het voertuig stabiel te houden.
5. Wat geeft dit symbool van een voertuigbediening aan?
Dit symbool geeft de ruitensproeier aan. Bij bediening wordt sproeiervloeistof op de voorruit gespoten en worden normaal ook de ruitenwissers geactiveerd om de ruit te reinigen.
6. Waarom moet u vermijden het koppelingspedaal tijdens het rijden ingedrukt te houden?
Wanneer u het koppelingspedaal ingedrukt houdt terwijl het voertuig rijdt, wordt de motor van de transmissie losgekoppeld. Daardoor vermindert de motorremming en kan ook uw controle over het voertuig afnemen.
7. Wat geeft dit symbool van een voertuigbediening aan?
Deze bediening bedient de elektrische ramen van het voertuig. Door de schakelaar in te drukken of omhoog te trekken, wordt het bijbehorende raam geopend of gesloten.
8. Waarom moeten motorrijders extra voorzichtig zijn op natte metalen deksels?
Natte metalen oppervlakken, zoals putdeksels of inspectiedeksels, kunnen veel minder grip bieden dan het omliggende wegdek. Rijd er soepel overheen, houd de motorfiets zo rechtop mogelijk en vermijd plotseling remmen, accelereren of sturen.
9. Waarom moet u tijdens het rijden regelmatig uw spiegels controleren?
Regelmatig uw spiegels controleren helpt u te begrijpen wat er achter en naast uw voertuig gebeurt.
10. Waarom moet de vloermat van de bestuurder goed worden vastgezet?
Een losse of verkeerd geplaatste vloermat kan in de pedaalruimte schuiven en het gas-, rem- of koppelingspedaal hinderen. Zorg dat de vloermat van de bestuurder correct is geplaatst, vastzit en geen enkel pedaal belemmert.
11. Wat geeft dit symbool van een voertuigbediening aan?
Deze bediening activeert de stoelverwarming, die de zitting en bij veel voertuigen ook de rugleuning verwarmt. Er kunnen meerdere verwarmingsstanden beschikbaar zijn.
12. Wat geeft dit dashboardsymbool aan?
Dit symbool geeft aan dat de remblokken mogelijk versleten zijn en moeten worden gecontroleerd. Doorrijden met sterk versleten remblokken kan de remwerking verminderen en andere remonderdelen beschadigen.
13. Waarom moet u extra ruimte laten wanneer u wegwerkers passeert?
Werknemers kunnen zich op zeer korte afstand van passerende voertuigen bevinden. Verminder snelheid en laat zoveel mogelijk veilige ruimte.
14. Welk pedaal wordt gebruikt om de snelheid van het voertuig te verhogen?
Het gaspedaal regelt hoeveel vermogen de motor levert en wordt gebruikt om de snelheid van het voertuig te verhogen of aan te houden. Het is het rechterpedaal.
15. Welke factoren kunnen de stopafstand van een voertuig vergroten?
De stopafstand kan toenemen door hogere snelheid, tragere reacties van de bestuurder, verminderde bandengrip, slechte weers- of wegomstandigheden, versleten banden, zwakke remmen of een zwaarder voertuig. Zowel reactieafstand als remafstand kan worden beïnvloed.
16. Wat moet u met de parkeerrem doen voordat u een geparkeerd voertuig verlaat?
Trek vóór het verlaten van een geparkeerd voertuig de parkeerrem stevig aan om onbedoelde beweging te helpen voorkomen. Selecteer ook de geschikte versnelling of transmissiestand voor het parkeren.
17. Welke stand van de keuzeschakelaar wordt gebruikt voor normaal vooruitrijden?
Selecteer D (Drive) voor normaal vooruitrijden in een voertuig met automatische transmissie. De transmissie kiest vervolgens automatisch de geschikte versnelling.
18. Wat moet u doen als de motorkap plotseling opengaat tijdens het rijden?
De motorkap kan uw zicht volledig blokkeren. Vermijd plotselinge bewegingen, gebruik wegmarkeringen of een beschikbare opening om uw rijrichting te behouden en stop veilig.
19. Wat geeft dit dashboardsymbool aan?
Dit symbool geeft aan dat het brandstofniveau laag is. Tank zo snel mogelijk om het risico te verkleinen dat de brandstof opraakt.
20. Wat geeft dit dashboardsymbool aan?
Dit symbool geeft aan dat de mistlichten achteraan zijn ingeschakeld. Achterste mistlichten maken het voertuig van achteren beter zichtbaar bij sterk verminderd zicht, maar kunnen andere weggebruikers verblinden wanneer ze onnodig worden gebruikt.
21. Wat moeten fietsers doen voordat ze afslaan of van positie op de weg veranderen?
Achterom kijken en richting aangeven geeft andere weggebruikers tijd om te begrijpen wat u van plan bent.
22. Wat moet u doen wanneer u een ruiter passeert?
Paarden kunnen schrikken van lawaai of plotselinge bewegingen. Vertraag, passeer voorzichtig en laat voldoende ruimte.
23. Wat geeft dit dashboardsymbool aan?
Dit symbool geeft aan dat de dimlichten zijn ingeschakeld. Dimlichten verlichten de weg vóór het voertuig en beperken tegelijk verblinding van andere weggebruikers.
24. Welke voertuigen zijn bijzonder kwetsbaar voor sterke zijwind?
Hoge voertuigen kunnen door hun grote zijoppervlak opzij worden gedrukt. Ook fietsers en motorrijders kunnen sterk door plotselinge windvlagen worden beïnvloed.
25. Waar moeten passagiers wachten nadat zij een voertuig met pech veilig hebben verlaten?
Breng passagiers, kinderen en huisdieren weg van de rijbaan. Wacht op wegen met hoge snelheid waar mogelijk achter een vangrail.
26. Wat moet u doen als u gevallen stenen op een bergweg ziet?
Losse stenen kunnen banden beschadigen, het sturen beïnvloeden of een deel van de weg blokkeren. Verminder snelheid en vermijd plotselinge bewegingen. Als er actief stenen vallen, rijd of stop dan niet in de gevarenzone. Houd veilige afstand en wacht zo nodig op een veilige plaats totdat u verder kunt.
27. Wat moet u doen als tegemoetkomende koplampen u ’s nachts verblinden?
Felle koplampen kunnen uw zicht verminderen. Kijk er niet recht in, vertraag indien nodig en gebruik de wegrand of rijstrookmarkeringen om u veilig te oriënteren.
28. Wat is het belangrijkste doel van een zitverhoger?
Een zitverhoger verhoogt en positioneert een kind zodat de autogordel correct past. De heupgordel moet laag over de heupen lopen en de schoudergordel over borst en schouder, niet over hals of buik.
29. Waarom kunnen hoofdtelefoons of zeer luide muziek gevaarlijk zijn tijdens het rijden?
Hoofdtelefoons of zeer luide muziek kunnen uw waarneming van claxons, sirenes, waarschuwingsgeluiden en omringend verkeer verminderen. Houd het volume op een niveau waarbij u zich bewust blijft van wat er rond het voertuig gebeurt.
30. U moet uw spiegels controleren voordat u van rijstrook verandert.
Door uw spiegels te controleren kunt u het omringende verkeer zien voordat u naar een andere rijstrook gaat.
31. Wat moet u doen als tijdens het tanken brandstof wordt gemorst?
Als brandstof wordt gemorst, stop onmiddellijk met tanken en houd vlammen, vonken en andere ontstekingsbronnen weg. Start het voertuig niet totdat de situatie veilig is. Waarschuw het personeel van het tankstation en volg hun instructies om de morsing op te ruimen.
32. Wat geeft dit symbool van een voertuigbediening aan?
Dit symbool geeft de ontgrendeling van de koffer of achterklep aan. Afhankelijk van het voertuig ontgrendelt of opent de bediening de bagageruimte.
33. Wat kan het selecteren van een lagere versnelling in een handgeschakeld voertuig opleveren?
Het selecteren van een geschikte lagere versnelling kan de motorremming vergroten, waardoor het voertuig kan vertragen of zijn snelheid kan regelen zonder uitsluitend op de remmen te vertrouwen.
34. Waarvoor dient de knop op de gesp van een veiligheidsgordel?
Door op de knop van de gordelgesp te drukken, wordt de vergrendeling vrijgegeven zodat de veiligheidsgordel kan worden losgemaakt. Houd de gordel vastgemaakt wanneer dat tijdens het rijden vereist is.
35. Wanneer moet u uw mistlichten uitschakelen?
Mistlichten kunnen andere weggebruikers verblinden wanneer het zicht normaal is, dus schakel ze uit zodra de omstandigheden verbeteren.
36. Wat moet u doen als de remwerking tijdens een lange afdaling afneemt?
Voortdurend remmen kan oververhitting en verminderde remwerking veroorzaken. Een lagere versnelling geeft motorremming en vermindert de belasting van de remmen.
37. Wat moet u doen als het voetgangerslicht rood is?
Een rood voetgangerslicht betekent dat u moet wachten voordat u oversteekt.
38. Waarom moet u het onderhoudsschema van de fabrikant volgen?
Periodiek onderhoud helpt ervoor te zorgen dat remmen, banden, vloeistoffen, filters, stuurinrichting, ophanging en andere belangrijke systemen worden gecontroleerd en onderhouden voordat defecten ernstiger worden.
39. Wat moet u doen als u een onbekende vloeistof onder uw voertuig ziet?
Helder water van de airconditioning kan normaal zijn, maar olie, koelvloeistof, brandstof, transmissievloeistof of remvloeistof kan wijzen op een defect dat dringend aandacht vereist.
40. Hoe moet bagage of andere lading in of op een voertuig worden vervoerd?
Onbevestigde of te zware lading kan stuur- en remgedrag beïnvloeden, inzittenden bij plotseling remmen verwonden of op de weg vallen. Ze mag het zicht van de bestuurder of de voertuigverlichting niet belemmeren.
41. Wat is een gevaar van rijden met een benzine- of dieselvoertuig met open koffer of achterklep?
Rijden met een open koffer of achterklep kan uitlaatgassen het voertuig in trekken. Uitlaatgassen kunnen koolmonoxide bevatten, dat giftig en moeilijk waarneembaar kan zijn. Houd de bagageruimte tijdens het rijden waar mogelijk goed gesloten.
42. Waarop kan ongelijkmatige bandenslijtage wijzen?
Ongelijkmatige slijtage kan ontstaan door verkeerde bandenspanning, verkeerde wieluitlijning, versleten ophangingsonderdelen of een rem die niet goed loskomt.
43. Wat moet u doen als uw voertuig op ijs begint te slippen?
Vermijd plotseling remmen of sturen. Kijk waar u heen wilt en gebruik zachte bedieningen terwijl de banden opnieuw grip krijgen.
44. Wat is de functie van het koppelingspedaal in een handgeschakeld voertuig?
Door het koppelingspedaal in te drukken, wordt de motor tijdelijk van de transmissie losgekoppeld, zodat de bestuurder kan schakelen of stoppen zonder dat de motor afslaat.
45. Wat is ijzel of zwart ijs?
Zwart ijs is moeilijk te herkennen omdat het wegdek er alleen nat kan uitzien. Het kan plotseling een ernstig verlies van grip veroorzaken.
46. Waarom moet u letten op de plaats van nooduitgangen in een tunnel?
Weten waar nooduitgangen en vluchtruimtes zich bevinden kan kostbare tijd besparen tijdens brand, een aanrijding of evacuatie.
47. Wat geeft dit symbool van een voertuigbediening aan?
Deze bediening selecteert een rijmodus. Afhankelijk van het voertuig kunnen verschillende modi eigenschappen wijzigen zoals gaspedaalrespons, stuurhulp, transmissiegedrag of energieverbruik.
48. Hoe moet u uw voertuig naast een brandstofpomp positioneren?
Plaats het voertuig zo dat de brandstofvulopening dicht bij de pomp staat en de slang kan reiken zonder strak over of rond het voertuig te worden gespannen. Stop binnen de aangeduide tankzone en laat voldoende ruimte om de pomp veilig te gebruiken.
49. Hoe moet een motorrijder reageren op groeven of spoorvorming in de weg?
Langsgroeven of spoorvorming kunnen de besturing van een motorfiets beïnvloeden en de wielen het oneffen oppervlak laten volgen. Verminder waar nodig uw snelheid, houd het stuur ontspannen maar stabiel vast en vermijd plotseling remmen, accelereren of sturen.
50. Welke stand van de keuzeschakelaar voorkomt dat aandrijving naar de wielen wordt overgebracht?
Selecteer N (Neutral) wanneer er geen aandrijving naar de wielen moet worden overgebracht. In tegenstelling tot Park vergrendelt Neutral de transmissie niet om te voorkomen dat het voertuig wegrolt.

Verkeersborden
Verkeersregels
Wereldwijd