1. Parkeren
Parkeren is het tot stilstand brengen van een voertuig en het in een bepaalde plaats achterlaten, tijdelijk of voor langere tijd. Illegaal of onveilig parkeren kan leiden tot: boetes, bekeuringen en wegslepen van je voertuig.
- Fileparkeren - Langs de weg parkeren, evenwijdig aan de stoep.
- Haaks parkeren - Parkeren in een hoek van 90° ten opzichte van een stoeprand of lijn (vaak op parkeerterreinen).
- Schuin parkeren - Diagonaal parkeren in een gemarkeerde plek (makkelijker dan haaks parkeren).
- Achteruit inparkeren - Achteruit een parkeervak inrijden in plaats van vooruit.
- Dubbelparkeren - Illegaal parkeren naast een ander geparkeerd voertuig op de rijbaan.
- Straatparkeren – Parkeren langs openbare wegen, meestal met regels en tijdslimieten.
- Tips voor veilig parkeren:
- Gebruik je richtingaanwijzer bij het inparkeren.
- Controleer altijd spiegels en dode hoeken.
- Parkeer binnen de lijnen.
- Zet de motor uit en sluit de deuren af.
- Parkeer niet te dicht bij hoeken, oversteekplaatsen of brandkranen.