VerkeersbordenVlaanderen

Een introductie tot de verkeersregels en verkeersborden van Vlaanderen. Leer meer over autorijden, verkeersveiligheid en nog veel meer in ons geïllustreerde boek, met antwoorden op veelgestelde vragen.

Uitsluitend ter informatie. Volg altijd de officiële regelgeving. Sommige inhoud en afbeeldingen zijn met behulp van AI gemaakt.


151. Brandblusser

Een brandblusser is een draagbaar veiligheidsmiddel waarmee een kleine brand kan worden beheerst of geblust. Brandblussers voor voertuigen zijn, afhankelijk van het type blusser, bedoeld voor branden waarbij materialen, brandstof, elektrische apparatuur of andere onderdelen betrokken kunnen zijn.

Sommige landen verplichten bepaalde voertuigen om een brandblusser mee te voeren, terwijl dit elders alleen wordt aanbevolen. Een blusser moet stevig zijn bevestigd, gemakkelijk bereikbaar zijn, geschikt zijn voor gebruik in voertuigen en in werkende staat worden gehouden.

Brandblusser
Is een brandblusser in een auto in België verplicht?

Ja. De Belgische technische voorschriften verplichten in België ingeschreven auto's tot een of meer goedgekeurde brandblussers, volgens de kenmerken van het voertuig.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische technische voorschriften 70, 70bis en 71 — driehoek, brandblusser, vest en verbandmaterieel voor de betrokken voertuigen

Waar moet de brandblusser in een Belgisch voertuig worden bewaard?

De brandblusser moet stevig op een zichtbare en gemakkelijk bereikbare plaats zijn bevestigd. Minstens één blusser moet binnen handbereik van de bestuurder zijn en de blusser moet bruikbaar en binnen de aangegeven geldigheidsduur blijven.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische technische voorschriften 70, 70bis en 71 — driehoek, brandblusser, vest en verbandmaterieel voor de betrokken voertuigen

152. Reflecterende veiligheidskleding

Reflecterende veiligheidskleding is kleding die bedoeld is om een persoon beter zichtbaar te maken voor andere weggebruikers. Ze bestaat meestal uit fel fluorescerend materiaal in combinatie met retroreflecterende stroken die het licht van voertuigkoplampen terugkaatsen.

Reflecterende veiligheidskleding is vooral nuttig wanneer een bestuurder of passagier na pech of een noodgeval het voertuig moet verlaten. De voorschriften verschillen per land; bestuurders moeten daarom controleren of een reflecterend veiligheidsvest moet worden meegenomen of gedragen.

Reflecterende veiligheidskleding
Is een veiligheidsvest in een auto in België verplicht?

Een gewone in België ingeschreven auto moet volgens de technische uitrustingsregels een retroreflecterend veiligheidsvest aan boord hebben. De afzonderlijke draagplicht uit de Wegcode geldt wanneer de bestuurder op een autosnelweg of autoweg een defect voertuig verlaat op een plaats waar stilstaan of parkeren verboden is. Controleer de uitrustingsplichten voor buitenlands ingeschreven voertuigen afzonderlijk.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische technische voorschriften 70bis en Wegcode 51.4 — meenemen tegenover dragen

Moet het veiligheidsvest binnen handbereik worden bewaard?

Ja. Omdat de bestuurder het vest vóór of onmiddellijk na het uitstappen nodig kan hebben, is het verstandig het op een gemakkelijk bereikbare plaats te bewaren en niet onder bagage in de koffer.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische technische voorschriften 70, 70bis en 71 — driehoek, brandblusser, vest en verbandmaterieel voor de betrokken voertuigen

153. Eerste hulp

Eerste hulp is de onmiddellijke hulp die wordt verleend aan iemand die gewond is geraakt of plotseling ziek wordt voordat professionele medische hulp beschikbaar is. Het doel is het leven te behouden, te voorkomen dat de toestand verslechtert en het herstel te ondersteunen.

Bij een verkeersongeval begint eerste hulp met ervoor zorgen dat de plaats veilig is, het beoordelen van het slachtoffer en zo nodig het inschakelen van de hulpdiensten. De hulp moet beperkt blijven tot handelingen die de hulpverlener veilig weet uit te voeren.

Eerste hulp
Welk nummer moet u na een ernstig ongeval in België bellen voor medische hulp?

Bel 112 wanneer dringende medische hulp nodig is. Geef de operator duidelijke informatie over de plaats, het aantal slachtoffers en hun zichtbare toestand en volg de instructies op.

🔗 112.be • Belgische officiële 112-dienst — ambulance en brandweer 112, dringende politiehulp 101; officiële gecachte passages gelezen ondanks rechtstreekse 503-fout

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 7–10, 35 en 51–52 — relevante wettelijke plichten; vergelijkende technische richtlijnen afzonderlijk

🔗 112.be • Belgische officiële 112-dienst — geldende geïndexeerde passage over noodnummers 112/101; rechtstreekse 503-fout

Moet u zichzelf bij het verlenen van eerste hulp in gevaar brengen?

Nee. Controleer eerst op gevaren zoals rijdend verkeer, brand, brandstof of elektriciteit. Bescherm uzelf en anderen waar mogelijk, bel de hulpdiensten en verleen alleen hulp die veilig kan worden gegeven.

🔗 112.be • Belgische officiële 112-dienst — ambulance en brandweer 112, dringende politiehulp 101; officiële gecachte passages gelezen ondanks rechtstreekse 503-fout

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 7–10, 35 en 51–52 — relevante wettelijke plichten; vergelijkende technische richtlijnen afzonderlijk

154. Betonnen opstapbarrière

Een betonnen opstapbarrière is een betonnen voertuigkerende barrière met een getrapt of schuin profiel. Ze wordt langs wegen of in middenbermen gebruikt om voertuigen die hun bedoelde baan verlaten op te vangen en af te leiden en het risico te verkleinen dat zij in tegemoetkomend verkeer of tegen gevaarlijke obstakels langs de weg terechtkomen.

Betonnen opstapbarrières kunnen ter plaatse worden gestort of bestaan uit gekoppelde prefab-elementen. Het keringsniveau, het gedrag bij een botsing en de toegestane verplaatsing hangen af van het specifieke barrièresysteem en de installatie.

Betonnen opstapbarrière
Wat is het doel van een betonnen stepbarrier op een Belgische weg?

De constructie moet voertuigen die hun normale baan verlaten opvangen of teruggeleiden en de gevolgen beperken als ze bij tegengesteld verkeer of in een andere gevaarlijke zone terechtkomen. De vereiste prestaties hangen af van de locatie en het gekozen afschermingssysteem.

🔗 gov.uk • Highway Code — voorzorgen bij pech, uitsluitend vergelijkende veiligheidsrichtlijnen; Belgische Wegcode 51 geldt afzonderlijk

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 7–10, 35 en 51–52 — relevante wettelijke plichten; vergelijkende technische richtlijnen afzonderlijk

🔗 highways.fhwa.dot.gov • FHWA — originele technische uitleg over afschermingsconstructies; ontwerpprincipe, geen bewijs van toepassing in België

155. Barrières

Barrières zijn fysieke voorzieningen die worden gebruikt om verkeer te blokkeren, te beperken, te geleiden of te scheiden. Ze kunnen weggebruikers beschermen, wegen of rijstroken afsluiten, toegang regelen, tegemoetkomend verkeer scheiden of personen en werkzones afschermen van rijdende voertuigen.

Wegbarrières kunnen permanent of tijdelijk zijn en omvatten onder meer hekken, slagbomen, betonnen barrières, verplaatsbare barrières en andere afschermings- of afsluitsystemen. Bestuurders moeten barrières respecteren en mogen ze niet passeren wanneer zij aangeven dat een weg of gebied is afgesloten.

Barrières
Waarvoor worden hekkens op Belgische wegen gebruikt?

Hekkens kunnen wegen of rijstroken afsluiten, wegwerkzaamheden beschermen, toegang regelen en verkeer uit gevaarlijke gebieden houden. Ze worden vaak gecombineerd met verkeersborden, signalen of andere tijdelijke verkeersmaatregelen.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 4–7, 65–68 en 78 — bevoegde verkeersmaatregelen, afsluitingen en toegangsbeperkingen

Mag u om een hek heen rijden dat een Belgische weg afsluit?

Nee. Bestuurders moeten wegafsluitingen en tijdelijke verkeersregelingen respecteren. Een fysieke afsluiting van een weg of rijstrook mag niet worden omzeild, tenzij een bevoegd persoon of verkeersmaatregel de doorgang uitdrukkelijk toestaat.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 4–7, 65–68 en 78 — bevoegde verkeersmaatregelen, afsluitingen en toegangsbeperkingen

156. Voertuigverlichting

Voertuigverlichting bestaat uit verlichtings- en signaalvoorzieningen op een voertuig die de bestuurder helpen zien, het voertuig zichtbaar maken en bedoelingen aan andere weggebruikers kenbaar maken. Hieronder vallen dimlicht en grootlicht, positielichten, dagrijlichten, achterlichten, remlichten, richtingaanwijzers, achteruitrijlichten, mistlichten en alarmlichten.

Bestuurders moeten de juiste verlichting gebruiken voor de zicht-, weers- en verkeersomstandigheden. Lichten moeten schoon en in goede staat worden gehouden, en verlichting die andere weggebruikers kan verblinden mag alleen worden gebruikt wanneer dat is toegestaan.

Wanneer moeten voertuiglichten in België worden gebruikt?

Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en wanneer het zicht zo beperkt is dat men niet meer duidelijk tot ongeveer 200 meter kan zien, moeten motorvoertuigen dimlichten of grootlichten en de vereiste achterlichten gebruiken.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

Wanneer mogen mistlichten in België worden gebruikt?

Mistlichten vooraan mogen alleen bij mist, sneeuwval of hevige regen worden gebruikt. Mistachterlichten moeten worden gebruikt bij mist of sneeuwval met een zicht van minder dan 100 meter en ook bij hevige regen. In andere omstandigheden mogen ze niet worden gebruikt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

157. Straatverlichting

Straatverlichting bestaat uit vaste lichtinstallaties die wegen, kruispunten, oversteekplaatsen, voetpaden en andere openbare verkeersruimten in het donker verlichten. Ze verbeteren de zichtbaarheid van de rijbaan, weggebruikers en mogelijke gevaren.

Straatverlichting ontslaat een bestuurder niet van de plicht de vereiste voertuigverlichting te gebruiken of de snelheid aan het zicht aan te passen. Het verlichtingsniveau kan sterk verschillen per weg en sommige wegen zijn slechts gedeeltelijk of helemaal niet verlicht.

Straatverlichting
Heeft u in België ook koplampen nodig op een weg met straatverlichting?

Ja. Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag moeten motorvoertuigen de vereiste voertuiglichten gebruiken, ook bij straatverlichting. Straatverlichting vervangt de eigen verlichting van het voertuig niet.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 10, 30–31 en 66 — aangepaste snelheid, zicht, mistlichten en A17 losliggende steentjes

Moet een geparkeerd voertuig bij Belgische straatverlichting lichten voeren?

Niet altijd. De voorgeschreven lichten van een stilstaand of geparkeerd voertuig zijn alleen vereist wanneer de openbare verlichting niet toelaat het voertuig van ongeveer 100 meter duidelijk te zien.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 10, 30–31 en 66 — aangepaste snelheid, zicht, mistlichten en A17 losliggende steentjes

158. Dimlicht

Dimlicht is de lage stand van de koplampen van een voertuig. Het verlicht de weg voor het voertuig terwijl de lichtbundel naar beneden is gericht, zodat bestuurders en andere weggebruikers minder snel worden verblind.

Dimlicht wordt normaal gebruikt in het donker, bij slecht zicht en telkens wanneer grootlicht een andere weggebruiker kan verblinden. Het verlicht minder ver dan grootlicht, maar is geschikt voor normaal rijden wanneer ander verkeer in de buurt is.

Dimlicht
Wanneer moeten dimlichten in België worden gebruikt?

Dimlichten moeten worden gebruikt wanneer voertuigverlichting vereist is en grootlichten niet mogen worden gebruikt. Dit omvat situaties waarin grootlichten een naderende weggebruiker kunnen verblinden, wanneer men een ander voertuig op minder dan 50 meter volgt behalve tijdens het inhalen, en op een voortdurend goed verlichte weg waar de bestuurder ongeveer 100 meter duidelijk kan zien.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

Moeten motorfietsen in België overdag dimlicht gebruiken?

Ja. Tweewielige bromfietsen en motorfietsen moeten op de openbare weg voortdurend hun dimlicht en rode achterlicht gebruiken, ook overdag. Grootlicht mag niet voor deze dagverlichtingsplicht worden gebruikt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

159. Grootlicht

Grootlicht, ook wel verstralers genoemd, is de koplampstand die bedoeld is om de weg over een grote afstand vooruit te verlichten. Het geeft sterker en verder reikend licht dan dimlicht, maar kan andere weggebruikers verblinden als het verkeerd wordt gebruikt.

Grootlicht is vooral nuttig op donkere wegen waar geen verkeer in de buurt is dat kan worden verblind. Bestuurders moeten naar dimlicht overschakelen wanneer de verkeersomstandigheden of nationale regels dat vereisen.

Grootlicht
Wanneer mag u in België grootlichten gebruiken?

Grootlichten mogen worden gebruikt wanneer rijverlichting vereist is en geen van de voorwaarden voor dimlicht geldt. Schakel tijdig over op dimlicht om een naderende weggebruiker, spoorvoertuigbestuurder of schipper niet te verblinden, wanneer u een voertuig op minder dan 50 meter volgt behalve tijdens het inhalen, en op voortdurend goed verlichte wegen met ongeveer 100 meter duidelijk zicht.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

Moet u uw grootlichten dimmen als een naderende bestuurder aangeeft dat hij wordt verblind?

Ja. Wanneer een naderende bestuurder herhaaldelijk met zijn grootlichten knippert om aan te geven dat hij wordt verblind, moet u van grootlicht naar dimlicht overschakelen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

160. Mistlichten

Mistlichten zijn voertuiglichten die bedoeld zijn voor omstandigheden waarin het zicht ernstig wordt beperkt door mist, sneeuw of ander zwaar weer. Mistlichten vooraan verlichten de weg op lage hoogte, terwijl mistachterlichten het voertuig beter zichtbaar maken voor weggebruikers die van achteren naderen.

Mistlichten mogen alleen worden gebruikt in de omstandigheden die volgens de lokale verkeersregels zijn toegestaan. Mistachterlichten zijn bijzonder fel en kunnen achteropkomende bestuurders verblinden of afleiden wanneer het zicht goed is.

Wanneer mogen mistlichten vooraan in België worden gebruikt?

Mistlichten vooraan mogen alleen bij mist, sneeuwval of hevige regen worden gebruikt. Ze mogen dimlichten of grootlichten vervangen of samen daarmee worden gebruikt.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

Mag u bij normaal weer in België mistachterlichten gebruiken?

Nee. Mistachterlichten mogen niet buiten de door de Wegcode toegestane omstandigheden worden gebruikt, omdat hun felle licht achteropkomende bestuurders onnodig kan hinderen.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

161. Mistlichten vooraan

Mistlichten vooraan zijn laag gemonteerde voertuiglichten die de weg direct voor het voertuig beter verlichten wanneer het zicht wordt beperkt door mist, sneeuw of hevige regen. Hun lichtbundel is doorgaans breed en laag op het wegdek gericht.

Mistlichten vooraan mogen alleen worden gebruikt in de weersomstandigheden die volgens de lokale verkeersregels zijn toegestaan. Het zijn aanvullende lichten en ze mogen niet onnodig bij normaal zicht worden gebruikt.

Mistlichten vooraan
Wanneer mogen mistlichten vooraan in België worden gebruikt?

Mistlichten vooraan mogen alleen bij mist, sneeuwval of hevige regen worden gebruikt. Ze mogen niet worden gebruikt enkel omdat het donker is of omdat de bestuurder meer verlichting wil.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

Geldt er in België een minimale zichtafstand voor het gebruik van mistlichten vooraan?

Voor mistlichten vooraan geldt volgens de huidige regel geen specifieke zichtafstandsgrens. Het gebruik hangt af van mist, sneeuwval of hevige regen. De grens van 100 meter geldt bij mist of sneeuw voor mistachterlichten, niet voor mistlichten vooraan.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

162. Mistachterlichten

Mistachterlichten zijn felle rode lichten aan de achterzijde van een voertuig die het voertuig beter zichtbaar maken voor achteropkomende weggebruikers wanneer het zicht ernstig beperkt is. Ze zijn veel feller dan gewone achterlichten.

Omdat mistachterlichten bestuurders achter het voertuig kunnen verblinden of afleiden, mogen ze alleen worden gebruikt in de weersomstandigheden die volgens de lokale verkeersregels zijn toegestaan en moeten ze worden uitgeschakeld zodra het zicht verbetert.

Mistachterlichten
Wanneer moeten mistachterlichten in België worden gebruikt?

Waar aanwezig moeten mistachterlichten worden gebruikt wanneer mist of sneeuwval het zicht tot minder dan 100 meter beperkt, en ook bij hevige regen. De regel voor hevige regen hangt niet af van die zichtgrens. Schakel ze uit zodra de toegestane omstandigheden niet meer aanwezig zijn.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

Mogen mistachterlichten bij normaal weer in België worden gebruikt?

Nee. Mistachterlichten mogen alleen in de door de Wegcode voorgeschreven omstandigheden worden gebruikt. Ze moeten worden uitgeschakeld zodra die omstandigheden niet meer aanwezig zijn.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

163. Positielichten

Positielichten, ook stadslichten genoemd, zijn voertuiglichten met lage lichtsterkte die een voertuig zichtbaar maken en zijn aanwezigheid en ongeveer zijn breedte aangeven. In tegenstelling tot dimlicht of grootlicht zijn ze niet bedoeld om de weg voldoende te verlichten voor normaal rijden in het donker.

Positielichten worden vaak samen met andere voertuigverlichting gebruikt en kunnen ook worden gebruikt om een stilstaand of geparkeerd voertuig in het donker zichtbaar te maken. Wanneer ze verplicht zijn, hangt af van de nationale verkeersregels.

Positielichten
Mag u in België in het donker met alleen standlichten rijden?

Nee. Wanneer tijdens het rijden voertuigverlichting vereist is, moet een motorvoertuig vooraan dimlichten of grootlichten en achteraan de vereiste rode lichten gebruiken. Standlichten alleen volstaan dus niet om normaal in het donker te rijden.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

Mogen parkeerlichten in België de standlichten van een geparkeerd voertuig vervangen?

Ja, onder bepaalde voorwaarden binnen de bebouwde kom. Als het voertuig evenwijdig met de weg geparkeerd staat en geen aanhangwagen heeft, mogen de stand- en achterlichten worden vervangen door een parkeerlicht aan de kant van de as van de rijbaan.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 30–32 (verlichtingsvoorwaarden, afstanden en mist- en parkeerlichten)

164. Richtingaanwijzers

Richtingaanwijzers, ook knipperlichten genoemd, zijn knipperende lichten waarmee een bestuurder aangeeft te willen afslaan of zijwaarts te bewegen, bijvoorbeeld bij het wisselen van rijstrook. Ze knipperen normaal aan de zijde waarheen het voertuig wil bewegen.

Richtingaanwijzers moeten vroeg genoeg worden ingeschakeld om andere weggebruikers nuttig te waarschuwen en na de manoeuvre worden uitgeschakeld. Richting aangeven verleent op zichzelf geen voorrang en maakt een onveilige manoeuvre niet toegestaan.

Richtingaanwijzers
Wanneer moet u in België richtingaanwijzers gebruiken?

U moet ze tijdig gebruiken vóór een manoeuvre of beweging met een zijdelingse verplaatsing of richtingsverandering, zoals afslaan of van rijstrook wisselen. Richting aangeven heft de toepasselijke verplichting om voorrang te verlenen niet op.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 13 en 19.2

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 13 en 19.2

Moet u in België richting aangeven bij het verlaten van een rotonde?

Ja. Een rotonde verlaten geldt als een richtingsverandering waarvoor de richtingaanwijzers moeten worden gebruikt. Schakel het signaal uit zodra het verlaten is voltooid.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 13 en 19.2

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 13 en 19.2

165. Alarmlichten

Alarmlichten, ook waarschuwingsknipperlichten genoemd, laten alle richtingaanwijzers van een voertuig tegelijk knipperen. Ze worden gebruikt om andere weggebruikers te waarschuwen dat het voertuig of de verkeerssituatie een ongewoon of onmiddellijk gevaar vormt.

Alarmlichten kunnen geschikt zijn na pech, een botsing of om achteropkomend verkeer voor een plotseling gevaar te waarschuwen. Ze mogen normaal niet worden gebruikt als vervanging voor correct parkeren, richting aangeven of de vereiste voertuigverlichting.

Alarmlichten
Wanneer mogen waarschuwingsknipperlichten in België worden gebruikt?

Waarschuwingsknipperlichten mogen worden gebruikt in de specifiek door de Wegcode bepaalde situaties en om andere weggebruikers voor dreigend ongevalsgevaar te waarschuwen. Dit kan onder meer om achteropkomend verkeer te waarschuwen voor een onverwachte gevaarlijke situatie.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 32bis, 39bis.2 en 51

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 32bis, 39bis.2 en 51

Mag u in België waarschuwingsknipperlichten gebruiken bij het naderen van een plotselinge file?

Ja, wanneer de plotselinge file dreigend botsingsgevaar veroorzaakt. Kort de waarschuwingsknipperlichten gebruiken kan achteropkomende bestuurders waarschuwen, maar laat ze niet aan zodra de waarschuwing niet meer nodig is.

🔗 codex.vlaanderen.be • Belgische Wegcode — artikelen 32bis, 39bis.2 en 51

🔗 wegcode.be • Wegcode van 1 december 1975 — 32bis, 39bis.2 en 51

166. Dashboardlampjes

Dashboardlampjes zijn verlichte symbolen en indicatoren op het instrumentenpaneel van een voertuig die informatie geven over de werking, systemen en mogelijke storingen van het voertuig. Ze kunnen functies aangeven zoals koplampen, richtingaanwijzers, brandstofniveau, motorconditie, bandenspanning, remsystemen en veiligheidsuitrusting.

Dashboardlampjes gebruiken vaak verschillende kleuren om de belangrijkheid aan te geven. Groen of blauw betekent meestal dat een systeem actief is, oranje of geel geeft doorgaans aan dat aandacht nodig kan zijn, en rood waarschuwt vaak voor een ernstige toestand die snel handelen vereist.

Hebben waarschuwingslampjes op het dashboard in België een bijzondere betekenis?

De symbolen en kleuren in moderne voertuigen volgen doorgaans internationale en Europese voertuignormen en hebben geen unieke Belgische betekenis. Volg daarom de instructies van de voertuigfabrikant voor elk waarschuwingslampje.

🔗 assets.vlaanderen.be • Vlaamse overheid — handboek periodieke keuring 7.2, specifieke gebrekentabellen; Vlaams toepassingsgebied en onderliggende technische regels onderscheiden

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische technische voorschriften — toepasselijke gewestelijke keurings- en goedkeuringsregels; het handboek is Vlaams

Kunnen defecte dashboardwaarschuwingssystemen een Belgische technische keuring beïnvloeden?

Ja. Waarschuwingslampjes van veiligheids- of emissiesystemen kunnen bij de technische keuring worden gecontroleerd. Een aangegeven storing in bijvoorbeeld ABS, airbags of emissieregeling kan tot de vaststelling van een gebrek leiden.

🔗 assets.vlaanderen.be • Vlaamse overheid — handboek periodieke keuring 7.2, specifieke gebrekentabellen; Vlaams toepassingsgebied en onderliggende technische regels onderscheiden

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische technische voorschriften — toepasselijke gewestelijke keurings- en goedkeuringsregels; het handboek is Vlaams

167. Fietsverlichting

Fietsverlichting omvat de lichten en reflectoren op een fiets die de fietser helpen zien en gezien worden, vooral in het donker of bij verminderd zicht. Welke uitrusting verplicht is en wanneer fietsverlichting moet worden gebruikt, verschilt per land; fietsers moeten daarom de toepasselijke lokale regels volgen.

Fietsverlichting

168. Fietsbel

Een fietsbel is een klein geluidssignaal op een fiets, meestal aan het stuur, waarmee voetgangers, fietsers of andere weggebruikers zo nodig kunnen worden gewaarschuwd. De verplichting om een bel te hebben of te gebruiken verschilt per land en verkeersomgeving. Fietsers moeten de bel als waarschuwingsmiddel gebruiken zonder onnodige hinder te veroorzaken.

Fietsbel

169. Lichtsignaal

Een lichtsignaal met de koplampen betekent dat een bestuurder de koplampen kort laat knipperen om de aandacht van een andere weggebruiker te trekken. Het toegestane gebruik en de betekenis verschillen per land en situatie; bestuurders mogen er daarom niet van uitgaan dat zo'n signaal voorrang verleent of een manoeuvre toestaat. Koplampen mogen niet zo worden gebruikt dat andere weggebruikers worden verblind of afgeleid.

Lichtsignaal

170. Veiligheidsgordel

Een veiligheidsgordel is een beveiligingssysteem dat een inzittende tijdens krachtig remmen of een botsing stevig op zijn zitplaats houdt. Hij helpt het risico te verkleinen dat de inzittende tegen het interieur botst of uit het voertuig wordt geslingerd.

Een veiligheidsgordel moet strak over het lichaam lopen, met het heupgedeelte laag over de heupen en het schoudergedeelte over de borst. Hij mag niet gedraaid zijn, achter de rug worden gedragen of op een manier worden gebruikt die de beschermende werking vermindert.

Veiligheidsgordel
Moeten bestuurders en passagiers in België veiligheidsgordels dragen?

Ja. Bestuurders en passagiers in auto's moeten de gordels dragen waarmee hun zitplaatsen zijn uitgerust. De gordel moet zo worden gebruikt dat de beschermende werking niet vermindert.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 35 — gordels, kinderbeveiligingssystemen, beperkte uitzonderingen en actieve frontale airbags

Kan iemand in België van de gordelplicht worden vrijgesteld?

Ja, maar alleen in specifieke omstandigheden. Medische vrijstellingen vereisen een officiële vrijstelling op basis van een medisch attest. Ook gelden bepaalde beperkte vrijstellingen voor specifieke bestuurders of activiteiten die de Wegcode noemt.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 35 — gordels, kinderbeveiligingssystemen, beperkte uitzonderingen en actieve frontale airbags

171. Kinderbeveiligingssystemen

Kinderbeveiligingssystemen zijn veiligheidssystemen die kinderen in voertuigen beschermen. Hieronder vallen achterwaarts en voorwaarts gerichte kinderzitjes en verhogingszitjes die een kind volgens zijn grootte en de specificaties van het beveiligingssysteem positioneren en vasthouden.

Een kinderbeveiligingssysteem moet geschikt zijn voor het kind en het voertuig, volgens de instructies van de fabrikant worden geïnstalleerd en bij elke rit correct worden vastgemaakt. Een achterwaarts gericht systeem mag nooit voor een actieve frontairbag worden geplaatst.

Wanneer moet een kind in België een kinderbeveiligingssysteem gebruiken?

Kinderen jonger dan 18 jaar die kleiner zijn dan 135 cm moeten doorgaans worden vervoerd in een geschikt kinderbeveiligingssysteem. Kinderen die minstens 135 cm groot zijn, mogen de veiligheidsgordel van het voertuig gebruiken.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 35 — gordels, kinderbeveiligingssystemen, beperkte uitzonderingen en actieve frontale airbags

Mag een kind kleiner dan 135 cm in België zonder kinderzitje meerijden?

Alleen volgens de specifieke uitzonderingen van de Wegcode. Bij incidenteel vervoer over korte afstand in een daarvoor in aanmerking komend voertuig zonder of met onvoldoende kinderbeveiligingssystemen mag een kind vanaf drie jaar en kleiner dan 135 cm achteraan de gordel gebruiken; dit geldt niet wanneer een ouder van het kind rijdt. Een afzonderlijke uitzondering betreft een derde kind wanneer twee bezette kinderbeveiligingssystemen de plaatsing van een derde verhinderen. Gebruik een geschikt systeem wanneer de normale verplichting geldt.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 35.1.2 — uitzondering voor incidenteel vervoer over korte afstand geldt niet bij vervoer door een ouder als bestuurder

172. Hoofdsteunen

Hoofdsteunen zijn veiligheidsvoorzieningen in voertuigen die de achterwaartse beweging van het hoofd ten opzichte van het lichaam tijdens een botsing beperken. Ze helpen het risico op letsel aan nek en nekwervelkolom te verminderen, vooral bij aanrijdingen van achteren.

Een verstelbare hoofdsteun moet zo worden geplaatst dat hij de achterkant van het hoofd ondersteunt in plaats van de nek en zo dicht mogelijk bij het hoofd staat. Bestuurders en passagiers moeten de hoofdsteun vóór vertrek aan hun lichaamslengte aanpassen.

Wat is het doel van een hoofdsteun in een Belgisch voertuig?

De hoofdsteun moet een overmatige achterwaartse beweging van het hoofd bij een aanrijding beperken en zo het risico op letsel aan de nek en halswervelkolom verminderen.

🔗 cdn.group.renault.com • Originele Renault/Dacia-gebruikershandleiding — bediening, brandstofweergave, sleutels, stuurbekrachtiging, beveiligingssystemen en krikveiligheid; illustratieve technische bron, geen Belgische wet

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 7–10, 35 en 51–52 — relevante wettelijke plichten; vergelijkende technische richtlijnen afzonderlijk

Mogen gemonteerde hoofdsteunen zomaar uit een voertuig worden verwijderd?

Laat hoofdsteunen bij normaal gebruik gemonteerd en correct afgesteld voor bezette zitplaatsen. Volg de montage-instructies van de voertuig- en kinderzitjesfabrikant: voor sommige kinderzitjes moet de betrokken hoofdsteun tijdelijk worden verwijderd. Berg een verwijderde hoofdsteun veilig op en plaats hem terug voordat de zitplaats weer normaal wordt gebruikt.

🔗 cdn.group.renault.com • Renault/Dacia-gebruikershandleiding — hoofdsteunveiligheid en uitzondering bij montage van kinderzitjes

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 7–10, 35 en 51–52 — relevante wettelijke plichten; vergelijkende technische richtlijnen afzonderlijk

173. Airbag

Een airbag is een veiligheidsvoorziening in een voertuig die bij bepaalde botsingen snel wordt opgeblazen om het risico te verkleinen dat een inzittende tegen het stuurwiel, dashboard, de deuren of andere delen van het voertuiginterieur botst. Voertuigen kunnen front-, zij-, gordijn- of andere soorten airbags hebben.

Airbags maken deel uit van een aanvullend beveiligingssysteem (SRS) en zijn ontworpen om samen met veiligheidsgordels te werken, niet om ze te vervangen. Inzittenden moeten correct zitten, hun veiligheidsgordel dragen en de instructies van de voertuigfabrikant over airbags en kinderbeveiligingssystemen volgen.

Wat is een airbag in een Belgisch voertuig?

Een airbag maakt deel uit van het aanvullende beveiligingssysteem van het voertuig en biedt bij bepaalde aanrijdingen extra bescherming aan inzittenden.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 35 — gordels, kinderbeveiligingssystemen, beperkte uitzonderingen en actieve frontale airbags

Vervangt een airbag in België de veiligheidsgordel?

Nee. Bestuurders en passagiers moeten de vereiste veiligheidsgordels blijven dragen. Airbags vullen de bescherming van de veiligheidsgordel aan.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 35 — gordels, kinderbeveiligingssystemen, beperkte uitzonderingen en actieve frontale airbags

Mag een naar achteren gericht kinderzitje in België voor een actieve airbag worden geplaatst?

Nee. Een kind jonger dan 18 jaar mag niet in een naar achteren gericht kinderbeveiligingssysteem worden vervoerd op een passagierszitplaats met een actieve frontale airbag.

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 35 — gordels, kinderbeveiligingssystemen, beperkte uitzonderingen en actieve frontale airbags

174. ABS

ABS (antiblokkeersysteem) is een actief veiligheidssysteem dat helpt voorkomen dat de wielen van een voertuig blokkeren bij krachtig remmen. Het past automatisch de remdruk op afzonderlijke wielen aan zodat deze voldoende blijven draaien om de bestuurbaarheid te behouden.

Wanneer ABS werkt, kan de bestuurder snelle pulsaties of trillingen in het rempedaal voelen. De bestuurder moet normaal stevige remdruk blijven uitoefenen en naar een veilige lijn blijven sturen in plaats van de rem herhaaldelijk los te laten en opnieuw in te drukken.

ABS
Wat doet ABS op een voertuig in België?

ABS regelt automatisch de remdruk wanneer een wiel bij krachtig remmen dreigt te blokkeren. Zo blijven de wielen voldoende draaien om de bestuurder de rijrichting te laten beheersen.

🔗 bosch-mobility.com • Bosch Mobility — elektronische stabiliteitscontrole integreert antiblokkeerremmen en tractiecontrole; fysieke grenzen en verantwoordelijkheid van de bestuurder

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 7–10, 35 en 51–52 — relevante wettelijke plichten; vergelijkende technische richtlijnen afzonderlijk

Betekent ABS dat u sneller mag rijden of minder afstand mag houden?

Nee. ABS kan de grenzen van de bandengrip niet overwinnen en garandeert geen kortere stopafstand. Bestuurders moeten hun snelheid en volgafstand blijven aanpassen aan de weg, het weer en het verkeer.

🔗 bosch-mobility.com • Bosch Mobility — elektronische stabiliteitscontrole integreert antiblokkeerremmen en tractiecontrole; fysieke grenzen en verantwoordelijkheid van de bestuurder

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 7–10, 35 en 51–52 — relevante wettelijke plichten; vergelijkende technische richtlijnen afzonderlijk

175. ESP

ESP (Electronic Stability Program), ook bekend als Electronic Stability Control (ESC), is een actief veiligheidssysteem dat helpt voorkomen dat een voertuig slipt of de richtingscontrole verliest. Het vergelijkt de door de bestuurder bedoelde richting met de werkelijke beweging van het voertuig en kan ingrijpen wanneer instabiliteit wordt vastgesteld.

ESP kan afzonderlijke wielen automatisch afremmen en, afhankelijk van het voertuig, het motorvermogen verminderen om het voertuig terug naar de bedoelde rijlijn te helpen. Het systeem werkt binnen de grenzen van de grip van de banden en kan een te hoge snelheid of zeer gladde omstandigheden niet compenseren.

ESP
Wat betekent ESP op een voertuig in België?

ESP betekent Electronic Stability Program en wordt ook vaak ESC, Electronic Stability Control, genoemd. Het is een actief veiligheidssysteem dat het voertuig helpt stabiliseren wanneer het verlies van richtingscontrole detecteert.

🔗 bosch-mobility.com • Bosch Mobility — elektronische stabiliteitscontrole integreert antiblokkeerremmen en tractiecontrole; fysieke grenzen en verantwoordelijkheid van de bestuurder

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 7–10, 35 en 51–52 — relevante wettelijke plichten; vergelijkende technische richtlijnen afzonderlijk

Mag u dankzij ESP sneller op gladde Belgische wegen rijden?

Nee. ESP biedt extra ondersteuning, maar kan de grenzen van de bandengrip niet overwinnen. Bestuurders moeten hun snelheid blijven aanpassen aan regen, sneeuw, ijs, bochten en andere wegomstandigheden en blijven verantwoordelijk voor veilige controle over het voertuig.

🔗 bosch-mobility.com • Bosch Mobility — elektronische stabiliteitscontrole integreert antiblokkeerremmen en tractiecontrole; fysieke grenzen en verantwoordelijkheid van de bestuurder

🔗 wegcode.be • Huidige Belgische Wegcode 7–10, 35 en 51–52 — relevante wettelijke plichten; vergelijkende technische richtlijnen afzonderlijk