QuizVerkeersregelsZuid-Afrika
Deze interessante quiz helpt je om je kennis op een duidelijke en visuele manier te testen. Met eenvoudige meerkeuzevragen bouw je snel vertrouwen op en leer je nieuwe feiten, op een eenvoudige, interactieve en leuke manier.
51. Wat moet u doen als tegemoetkomende koplampen u ’s nachts verblinden?
Felle koplampen kunnen uw zicht verminderen. Kijk er niet recht in, vertraag indien nodig en gebruik de wegrand of rijstrookmarkeringen om u veilig te oriënteren.
52. Wat moet u met de parkeerrem doen wanneer u op een helling parkeert?
Trek bij het parkeren op een helling de parkeerrem stevig aan om te helpen voorkomen dat het voertuig wegrolt. Een geschikte versnelling of Park selecteren biedt extra beveiliging.
53. Moeten motorrijders in Zuid-Afrika doorgaans een helm dragen?
Motorrijders in Zuid-Afrika moeten doorgaans een goedgekeurde helm dragen.
54. Wat geeft dit dashboardsymbool aan?
Dit symbool wijst op een mogelijke storing in het remsysteem. Blijft het branden nadat de parkeerrem is vrijgezet, stop dan veilig en laat het remsysteem controleren.
55. Wat geeft dit dashboardsymbool aan?
Dit is een algemeen waarschuwingssymbool. Het geeft aan dat het voertuig een toestand heeft gedetecteerd die aandacht vereist en gaat vaak samen met een bericht of een andere waarschuwing op het instrumentendisplay.
56. Wat moet u doen wanneer u een ruiter passeert?
Paarden kunnen schrikken van lawaai of plotselinge bewegingen. Vertraag, passeer voorzichtig en laat voldoende ruimte.
57. Waarom moet u voorzichtig zijn wanneer u een motorfiets op zachte ondergrond parkeert?
Op zachte of instabiele ondergrond kan de zij- of middenstandaard wegzakken of verschuiven, waardoor de motorfiets omvalt. Parkeer op een stevige, stabiele ondergrond of gebruik indien nodig een geschikte steun onder de standaard.
58. Wat moet u verwachten nadat één wild dier de weg heeft overgestoken?
Veel dieren bewegen in groepen. Vertraag en blijf beide kanten van de weg in de gaten houden.
59. Wat moet u doen als tijdens het tanken brandstof wordt gemorst?
Als brandstof wordt gemorst, stop onmiddellijk met tanken en houd vlammen, vonken en andere ontstekingsbronnen weg. Start het voertuig niet totdat de situatie veilig is. Waarschuw het personeel van het tankstation en volg hun instructies om de morsing op te ruimen.
60. Wat geeft dit symbool van een voertuigbediening aan?
Dit symbool bedient de achterruitenwisser. Afhankelijk van het voertuig kan dezelfde bediening ook de sproeier van de achterruit bedienen.
61. Wie moet altijd een veiligheidsgordel dragen?
Veiligheidsgordels verminderen het risico op ernstig letsel bij een ongeval aanzienlijk en moeten door iedereen in het voertuig worden gedragen.
62. Waarom moet u vermijden met een sterk achterover gekantelde rugleuning te reizen?
Een te ver achterover gekantelde stoel kan beïnvloeden hoe de veiligheidsgordel aansluit en uw lichaam tegenhoudt en kan het risico vergroten dat u bij een aanrijding onder de heupgordel doorschuift. Zit redelijk rechtop zodat de heupgordel laag over de heupen blijft en de schoudergordel correct over de borst loopt.
63. Wat moet u doen als de voorruit tijdens het rijden beschadigd raakt?
Ernstige schade kan uw zicht belemmeren en het glas verzwakken. Rijd niet verder als u de weg niet duidelijk kunt zien.
64. Waarom moet u vermijden te dicht bij de rand van de weg te rijden?
Wegranden kunnen zacht, oneffen of beschadigd zijn. Te dicht bij de rand rijden kan de controle verminderen of het voertuig van de weg doen raken.
65. Welke versnelling wordt normaal gebruikt om vanuit stilstand weg te rijden?
De 1e versnelling wordt normaal gebruikt om vanuit stilstand weg te rijden omdat die bij lage snelheid de grootste trekkracht biedt.
66. Welke vorm hebben de meeste waarschuwingsborden in Zuid-Afrika?
De meeste waarschuwingsborden in Zuid-Afrika zijn driehoekig.
67. Hoe kunnen versleten banden het rijden bij hevige regen beïnvloeden?
Bandenprofiel helpt water af te voeren en grip te behouden. Versleten banden kunnen water minder goed afvoeren, waardoor de stopafstand en het risico op aquaplaning toenemen.
68. Wat kan er met de besturing gebeuren wanneer de contactsleutel wordt verwijderd?
Bij voertuigen met een stuurslot kan het verwijderen van de contactsleutel ervoor zorgen dat het stuurslot inschakelt. Verwijder de sleutel nooit terwijl het voertuig rijdt.
69. Waarom moet een ongebruikte dakdrager of dakkoffer worden verwijderd?
Een ongebruikte dakdrager of dakkoffer verhoogt de luchtweerstand, vooral bij hogere snelheden. Door deze te verwijderen wanneer hij niet nodig is, kan het brandstof- of energieverbruik dalen.
70. Wat moet u doen wanneer u stilstaand of langzaam verkeer op een autosnelweg nadert?
Files op autosnelwegen kunnen plotseling opduiken. Vroeg remmen geeft achteropkomend verkeer meer tijd om te reageren.
71. Waarom zijn de toestand en spanning van de banden bijzonder belangrijk op een motorfiets?
Een motorfiets steunt op een relatief klein contactoppervlak tussen banden en weg. De juiste bandenspanning, profieldiepte en bandentoestand zijn belangrijk voor grip, sturen, stabiliteit en remmen. Controleer de banden regelmatig en volg de door de fabrikant aanbevolen spanningen.
72. Hoe moet een defect voertuig worden gesleept?
Onjuist slepen kan het voertuig beschadigen of tot verlies van controle leiden. Volg de instructies van de fabrikant en de plaatselijke regels en gebruik professionele pechhulp wanneer de juiste procedure onzeker is.
73. Waarom moet u vermijden in te halen wanneer u een voetgangersoversteekplaats nadert?
Een voertuig dat bij een voetgangersoversteekplaats vertraagt of stopt, kan iemand verbergen die oversteekt. Inhalen kan u rechtstreeks op het pad van de voetganger brengen.
74. Wat moet een motorrijder doen bij het naderen van los grind?
Los grind kan de bandengrip sterk verminderen. Vertraag voordat u het bereikt, houd de motorfiets zo rechtop mogelijk en vermijd plotseling remmen, accelereren of sturen op het losse oppervlak.
75. Wat moet u doen als uw grootlicht een andere bestuurder kan verblinden?
Grootlicht kan andere weggebruikers verblinden en hun zicht verminderen. Schakel over op dimlicht wanneer uw grootlicht een andere bestuurder kan verblinden.
76. Wat moeten fietsers doen wanneer ze bergaf fietsen?
Een hogere snelheid vergroot de stopafstand en verkleint de reactietijd. Houd een snelheid aan waarmee u veilig kunt stoppen.
77. Welke afstandseenheid wordt op verkeersborden in Zuid-Afrika gebruikt?
Wegafstanden worden in Zuid-Afrika normaal in kilometer weergegeven.
78. Wat doet AUTO op een ruitenwisserbediening normaal?
Wanneer AUTO is geselecteerd, kan een regensensor de ruitenwissers automatisch bedienen en hun werking aanpassen aan de hoeveelheid vocht die op de voorruit wordt gedetecteerd.
79. Wat moet u controleren voordat u met de fiets vertrekt?
Een eenvoudige veiligheidscontrole kan problemen met remmen, banden, verlichting of stuurinrichting aan het licht brengen voordat ze een ongeval veroorzaken.
80. Wat geeft dit symbool van een voertuigbediening aan?
Deze bediening past de helderheid van het instrumentenpaneel en de dashboardverlichting aan, zodat de bestuurder de lichtsterkte kan verminderen of verhogen.
81. Waarom moet u ruimte laten naast grote voertuigen wanneer ze afslaan?
Grote voertuigen zwaaien bij het afslaan vaak breed uit en hebben grotere dode hoeken. Blijf uit de buurt en rijd niet in de ruimte naast hen.
82. Waarom moet u tijdens het rijden regelmatig uw spiegels controleren?
Regelmatig uw spiegels controleren helpt u te begrijpen wat er achter en naast uw voertuig gebeurt.
83. Wat geeft dit dashboardsymbool aan?
Dit symbool geeft aan dat een richtingaanwijzer actief is. De knipperende indicator toont de richting waarin de bestuurder wil afslaan of van positie op de weg wil veranderen.
84. Waarom mag een veiligheidsgordel bij het dragen niet gedraaid zijn?
Een veiligheidsgordel moet vlak tegen het lichaam liggen zonder verdraaiingen. Een gedraaide gordel concentreert kracht op een kleiner oppervlak en kan bij een aanrijding minder doeltreffende bescherming bieden.
85. Waarom moet u vóór het afslaan uw richtingaanwijzer gebruiken?
Richtingaanwijzers helpen andere bestuurders, fietsers en voetgangers tijdig uw bedoelingen te begrijpen.
86. Wat moet u doen als er geen voetpad is?
Als er geen voetpad is, blijf dan zo ver mogelijk van het verkeer en blijf alert. Aan welke zijde van de weg u precies moet lopen, hangt af van de plaatselijke verkeersregels.
87. Wat kan het selecteren van een lagere versnelling in een handgeschakeld voertuig opleveren?
Het selecteren van een geschikte lagere versnelling kan de motorremming vergroten, waardoor het voertuig kan vertragen of zijn snelheid kan regelen zonder uitsluitend op de remmen te vertrouwen.
88. Wat geeft dit dashboardsymbool aan?
Dit symbool geeft de achterruitverwarming aan. Ze verwarmt de achterruit om condens, mist of ijs te verwijderen en het zicht te verbeteren.
89. Wanneer moet u overwegen een rit uit te stellen vanwege zwaar weer?
Zwaar weer kan gevaarlijke omstandigheden veroorzaken. Een rit uitstellen kan de veiligste keuze zijn wanneer de risico's te groot zijn.
90. In het verkeer moet u het voertuig vóór u zo dicht mogelijk volgen.
U moet een veilige volgafstand bewaren zodat u voldoende tijd hebt om te reageren als het verkeer plotseling vertraagt of stopt.
91. Waarom moet u vóór een scherpe bocht vertragen?
Scherpe bochten beperken uw zicht en kunnen het voertuig moeilijker controleerbaar maken, dus vertraag voordat u de bocht inrijdt.
92. Wat moet u doen voordat u een autosnelweg oprijdt?
Observeer het autosnelwegverkeer vroeg, geef duidelijk richting aan en voeg alleen in wanneer er een veilige opening is.
93. Wanneer moet u uw mistlichten uitschakelen?
Mistlichten kunnen andere weggebruikers verblinden wanneer het zicht normaal is, dus schakel ze uit zodra de omstandigheden verbeteren.
94. Wat moet u doen als een andere bestuurder geen voorrang verleent wanneer dat wel moet?
Ook wanneer u voorrang hebt, komt veiligheid op de eerste plaats. Vertraag, blijf kalm en voorkom dat een gevaarlijke situatie ontstaat.
95. Wat moet u normaal selecteren voordat u een automatisch voertuig geparkeerd achterlaat?
Selecteer P (Park) voordat u een automatisch voertuig geparkeerd achterlaat. Park vergrendelt de transmissie om te helpen voorkomen dat het voertuig wegrolt; ook de parkeerrem moet worden aangetrokken.
96. Hoe moet u uw voertuig naast een brandstofpomp positioneren?
Plaats het voertuig zo dat de brandstofvulopening dicht bij de pomp staat en de slang kan reiken zonder strak over of rond het voertuig te worden gespannen. Stop binnen de aangeduide tankzone en laat voldoende ruimte om de pomp veilig te gebruiken.
97. Aan welke kant moeten passagiers indien mogelijk in- of uitstappen?
Passagiers moeten indien mogelijk in- of uitstappen aan de zijde weg van het rijdende verkeer. Dit is vooral belangrijk voor kinderen, die naderend verkeer of andere weggebruikers mogelijk niet herkennen. Controleer voordat u een deur opent altijd of dit veilig is.
98. Wat moet u doen voordat u uw autodeur opent in de buurt van verkeer?
Controleer voordat u een autodeur opent zorgvuldig op fietsers, voetgangers en voertuigen om een aanrijding te voorkomen.
99. Wat geeft dit symbool van een voertuigbediening aan?
Deze bediening ontgrendelt de motorkap zodat ze kan worden geopend. Normaal moet ook een tweede veiligheidsvergrendeling onder de motorkap worden losgemaakt voordat ze volledig kan worden geopend.
100. Wat moet u doen als uw voertuig vast komt te zitten op een spoorwegovergang?
Breng iedereen ruim weg van de sporen. Gebruik waar beschikbaar de noodtelefoon of de aangegeven contactinformatie bij de overweg, of neem onmiddellijk contact op met de hulpdiensten.

Verkeersborden
Verkeersregels
Zuid-Afrika