VerkeersbordenMaleisië
26. Locatiemarkering
Een locatiemarkering is een referentie langs de weg die een gemeten positie op een route aangeeft. Ze vermeldt normaal een kilometer, mijl of kleiner interval, gemeten vanaf een vastgesteld beginpunt van die route.
Kilometer- en hectometerpaaltjes helpen weggebruikers, hulpdiensten, wegbeheerders en onderhoudsteams om een exact weggedeelte te identificeren. Ze leggen geen snelheidslimiet, voorrangsregel of toegangsbeperking op.
27. Verkeersspiegel
Een verkeersspiegel is een bolle spiegel die wordt geplaatst bij een kruispunt, uitrit, bocht of andere plaats met beperkt zicht. Door het gebogen oppervlak biedt hij een breder zicht op naderende weggebruikers dan een gewone vlakke spiegel.
Een verkeersspiegel is alleen een hulpmiddel voor het zicht. Hij kan afstand, snelheid en richting vervormen en kan worden beïnvloed door duisternis, weer, vuil of beschadiging. Bestuurders moeten de weg rechtstreeks blijven observeren, alle voorrangsregels naleven en alleen verder rijden wanneer dat veilig is.
28. Parkeren voor personen met een handicap
Parkeren voor personen met een handicap omvat parkeerplaatsen en parkeerrechten die zijn voorbehouden aan personen met een handicap die aan de toepasselijke voorwaarden voldoen. Gereserveerde plaatsen worden normaal aangeduid met het internationale rolstoelsymbool en liggen zo dat nabijgelegen voorzieningen gemakkelijker bereikbaar zijn.
Voor het gebruik van een gereserveerde parkeerplaats is doorgaans een geldige parkeerkaart of vergunning voor personen met een handicap vereist. De kaart hoort normaal bij de rechthebbende persoon en niet bij een bepaald voertuig en mag alleen worden gebruikt wanneer die persoon zelf rijdt of in het voertuig wordt vervoerd.
29. Achteruitrijden
Achteruitrijden betekent een voertuig achterwaarts verplaatsen. Het wordt vaak gebruikt bij parkeren, het verlaten van een krappe ruimte of het verplaatsen van een voertuig wanneer vooruitrijden niet praktisch is.
Voor het achteruitrijden moet de bestuurder de spiegels en dode hoeken controleren, zorgvuldig rondom het voertuig kijken en ervoor zorgen dat de ruimte achter het voertuig vrij is. Achteruitrijden moet langzaam en alleen zo lang als nodig gebeuren, omdat het zicht achter het voertuig vaak beperkt is.
30. Ongeregeld kruispunt
Een ongeregeld kruispunt is een kruispunt waar de voorrang niet specifiek wordt geregeld door verkeerslichten, een bevoegd persoon of verkeersborden die voorrang toekennen aan bepaalde richtingen. Bestuurders moeten daarom op basis van de standaardverkeersregels van het land bepalen wie voorrang heeft.
De toepasselijke regel verschilt per land en kan bijvoorbeeld voorrang van rechts, voorrang van links of een andere standaardvoorrangsregel zijn. Bestuurders moeten een ongeregeld kruispunt voorzichtig naderen, verkeer uit alle richtingen observeren en er nooit van uitgaan dat een bredere of drukkere weg automatisch voorrang heeft.
31. Wegdek
Een waarschuwing voor het wegdek geeft aan dat de weg verderop oneffen, beschadigd of in slechte staat kan zijn en de stabiliteit, besturing of remwerking van een voertuig kan beïnvloeden. Het gevaar kan bestaan uit hobbels, verzakkingen, kuilen, beschadigd wegdek of andere onregelmatigheden.
Bestuurders moeten zo nodig snelheid verminderen, voldoende afstand houden en plotseling sturen of remmen vermijden bij het rijden over een onregelmatig wegdek. De precieze betekenis en vorm van het waarschuwingsbord verschillen per land; bestuurders moeten daarom de lokale verkeersborden en voorschriften volgen.
32. Nooduitgang
Een nooduitgang is een gemarkeerde vluchtroute waarmee weggebruikers een tunnel of andere afgesloten verkeersvoorziening kunnen verlaten tijdens een ernstig incident, zoals brand, rookontwikkeling of een andere noodsituatie. Nooduitgangen leiden naar een veiligere ruimte die van het onmiddellijke gevaar is gescheiden.
In een noodsituatie moeten inzittenden het voertuig verlaten wanneer evacuatie nodig is en de borden en aanwijzingen voor de nooduitgang volgen. Ze moeten zich van het gevaar verwijderen in plaats van in de tunnel te blijven of naar hun voertuig terug te keren.
33. Toeristische attractie
Een toeristische attractie is een bezienswaardigheid waar bezoekers naartoe kunnen reizen om culturele, historische, recreatieve, natuurlijke of amusementsredenen. Voorbeelden zijn monumenten, kastelen, musea, uitzichtpunten, pretparken en andere opmerkelijke bestemmingen.
Toeristische attracties kunnen worden aangegeven met toeristische borden of richtingborden die reizigers helpen de bestemming te vinden. De kleuren, symbolen en soorten attracties die worden weergegeven verschillen per land.
34. Laadstation
Een laadstation is een locatie met één of meer laadpunten waar de batterij van een elektrisch voertuig of plug-inhybride op het elektriciteitsnet kan worden aangesloten en opgeladen. Laadstations kunnen langs openbare wegen, op parkeerterreinen, bij serviceplaatsen of op privéterrein liggen.
Laadplaatsen kunnen voorbehouden zijn aan voertuigen die aan het laden zijn en onderworpen zijn aan parkeerbeperkingen, tijdslimieten, betalingsvoorwaarden of andere regels. Bestuurders moeten de verkeersborden, parkeerregels en laadinstructies ter plaatse volgen.
35. Bus
Een bus is een motorvoertuig dat is ontworpen voor het vervoer van meerdere passagiers, meestal als onderdeel van openbaar vervoer, schoolvervoer, privévervoer of een andere passagiersdienst. Bussen hebben doorgaans meer passagierscapaciteit dan auto's en kunnen zijn ontworpen voor zittende passagiers, staande passagiers of beide.
Voor bussen kunnen bijzondere regels gelden voor rijbewijs, passagierscapaciteit, snelheidslimieten, veiligheidsgordels, busstroken, haltes en het in- en uitstappen van passagiers. De juridische indeling van bussen en touringcars en de toepasselijke regels verschillen per land; bestuurders en passagiers moeten daarom de lokale verkeersvoorschriften volgen.
36. Politie
De politie is een overheidsdienst die wetten handhaaft, de openbare veiligheid bewaakt en situaties beheert die het wegverkeer kunnen beïnvloeden. In het verkeer kunnen politieagenten voertuigen controleren, verkeersregels handhaven, ongevallen onderzoeken, verkeer regelen en op noodsituaties reageren.
Weggebruikers moeten wettige aanwijzingen van politieagenten of andere bevoegde verkeersregelaars opvolgen. Afhankelijk van de lokale wetgeving kunnen politieaanwijzingen tijdelijk voorrang hebben op verkeerslichten, verkeersborden of de normale verkeersregeling.
37. Taxi
Een taxi is een voertuig dat tegen betaling passagiers vervoert, meestal individueel of in kleine groepen tussen door de passagier gekozen locaties. Taxidiensten kunnen vanaf aangewezen taxistandplaatsen werken, passagiers op straat oppikken of via telefoon of digitaal platform worden geboekt.
Taxi's zijn vaak herkenbaar aan speciale markeringen, daklichten, kentekenplaten of lokale taxivergunningen. Regels voor vergunningen, tarieven en exploitatie verschillen per land en stad.
38. Kuil
Een kuil is een gat of verzakking in het wegdek veroorzaakt door slijtage, weersinvloeden, water, herhaalde verkeersbelasting of achteruitgang van het wegdek. Kuilen kunnen sterk verschillen in grootte en diepte en geleidelijk ontstaan of na vorst, hevige regen of intensief verkeer erger worden.
Kuilen kunnen besturing, remwerking en voertuigstabiliteit beïnvloeden en banden, velgen of onderdelen van de ophanging beschadigen. Bestuurders en rijders moeten de weg voor zich observeren, hun snelheid aanpassen en plotselinge of gevaarlijke manoeuvres vermijden bij beschadigd wegdek.
39. Pad
Een pad is een relatief smalle route die bedoeld is voor voetgangers en, waar toegestaan, andere weggebruikers of kleine voertuigen. Paden kunnen door stedelijke gebieden, het platteland, parken, bossen of tussen andere wegen lopen en kunnen verhard of onverhard zijn.
Een pad is niet noodzakelijk hetzelfde als een voetpad of fietspad. Welke weggebruikers het mogen gebruiken hangt af van de juridische status, breedte, verkeersborden en lokale voorschriften.
40. Fijnstof
Fijnstof, of particulate matter (PM), bestaat uit zeer kleine vaste deeltjes of vloeistofdruppeltjes die in de lucht zweven. In het wegverkeer kunnen fijnstofemissies afkomstig zijn van uitlaatgassen, remslijtage, bandenslijtage en slijtage van het wegdek, maar ook van stof dat door passerend verkeer wordt opgewerveld.
Fijnstof wordt vaak ingedeeld naar de grootte van de deeltjes. PM10 verwijst naar deeltjes met een diameter tot ongeveer 10 micrometer, terwijl PM2.5 fijnere deeltjes tot ongeveer 2,5 micrometer omvat. Voertuigemissienormen, roetfilters en luchtkwaliteitsmaatregelen worden gebruikt om blootstelling aan deze vervuilende stoffen te verminderen.
41. Luchtverontreiniging
Luchtverontreiniging is de aanwezigheid van gassen, deeltjes of andere stoffen in de lucht in concentraties die de menselijke gezondheid, het milieu of ecosystemen kunnen schaden. Wegverkeer draagt bij aan luchtverontreiniging via uitlaatemissies en via niet-uitlaatbronnen zoals remslijtage, bandenslijtage en wegstof.
Belangrijke verkeersgerelateerde vervuilende stoffen zijn stikstofoxiden, fijnstof, koolmonoxide en vluchtige organische stoffen. Sommige stoffen worden rechtstreeks door voertuigen uitgestoten, terwijl andere door chemische reacties in de atmosfeer kunnen ontstaan. Voertuigemissienormen, schonere technologieën en verkeersmanagementmaatregelen worden gebruikt om deze emissies te verminderen.
42. Spitsuur
Spitsuur is een periode waarin wegen en openbaarvervoersnetwerken een bijzonder hoge verkeersvraag kennen, meestal doordat grote aantallen mensen naar of van werk, school of andere regelmatige bestemmingen reizen. Het vindt op werkdagen doorgaans in de ochtend en de late namiddag of avond plaats.
Spitsverkeer kan leiden tot files, lagere snelheden, langere reistijden en veelvuldig stoppen. Bestuurders moeten voldoende volgafstand houden, geduldig blijven, veranderende verkeerssituaties voorzien en eventuele tijdelijke of dynamische verkeersmanagementmaatregelen volgen.
43. Verkeersreglement
Een verkeersreglement is een verzameling wetten en verkeersregels die bepalen hoe mensen openbare wegen gebruiken. Het legt regels vast voor bestuurders, fietsers, voetgangers en andere weggebruikers en behandelt onderwerpen zoals voorrang, snelheid, inhalen, parkeren, verkeerslichten, verkeersborden en wegmarkeringen.
Verkeersreglementen verschillen per land en soms per regio. Van iedere weggebruiker wordt verwacht dat hij de regels kent en naleeft die gelden waar hij zich bevindt, ook wanneer die afwijken van de regels in het eigen land.
44. Straatgoot
Een straatgoot is een smalle afwateringsgeul langs de rand van een weg of straat die regenwater opvangt en naar putten of andere afwateringssystemen afvoert. Ze bevindt zich vaak tussen de rijbaan en de stoeprand en kan bestaan uit beton, straatstenen of een deel van het wegdek.
Een straatgoot is vooral een afwateringsvoorziening en geen rijstrook. Weggebruikers moeten bij goten voorzichtig zijn omdat ze water, afval, afvoeropeningen of oneffen oppervlakken kunnen bevatten.
45. Bakfiets
Een bakfiets is een fiets die is ontworpen om goederen, kinderen of andere grotere ladingen te vervoeren dan normaal op een gewone fiets mogelijk is. Bakfietsen kunnen een bak of platform vóór of achter de bestuurder hebben, een verlengde bagagedrager of een ontwerp met meerdere wielen.
Bakfietsen kunnen volledig door de bestuurder worden aangedreven of beschikken over elektrische trapondersteuning. Toegestane afmetingen, passagierscapaciteit, gebruik van fietspaden en grenzen voor elektrische ondersteuning hangen af van de lokale verkeers- en voertuigregels.
46. Bosbouwvoertuig
Een bosbouwvoertuig is een voertuig dat is ontworpen, uitgerust of aangepast voor werkzaamheden in verband met bosbouw en bosbeheer. Het kan worden gebruikt om machines te trekken, hout te vervoeren, materieel mee te nemen of werkzaamheden uit te voeren zoals oogsten, uitslepen of bosonderhoud.
Bosbouwvoertuigen kunnen tractoren, gespecialiseerde zelfrijdende machines, aanhangwagens en verwisselbare uitrusting omvatten. Registratie, rijbewijsvereisten, maximumsnelheid, wegtoegang en technische eisen hangen af van de juridische voertuigclassificatie en de lokale verkeersvoorschriften.
47. Bouwvoertuig
Een bouwvoertuig is een voertuig of mobiele machine die is ontworpen of aangepast voor werkzaamheden in verband met bouw, wegwerkzaamheden, graafwerk, hijswerk of het verplaatsen van materialen. Voorbeelden zijn graafmachines, wielladers, bulldozers, walsen, mobiele kranen, dumptrucks en betonmixers.
Bouwvoertuigen verschillen sterk in grootte, snelheid en juridische classificatie. Sommige zijn gewone wegvoertuigen, terwijl andere gespecialiseerde machines zijn die vooral op bouwplaatsen worden gebruikt. Wanneer ze op de openbare weg rijden moeten ze voldoen aan de toepasselijke registratie-, rijbewijs-, verlichtings-, afmetings-, gewichts-, snelheids- en verkeersregels.
48. Trekker met oplegger
Een trekker met oplegger is een combinatie van een trekker en een oplegger die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor goederenvervoer. De oplegger is zo aan de trekker gekoppeld dat een aanzienlijk deel van zijn gewicht door de trekker wordt gedragen en niet volledig door de eigen wielen.
Trekker-opleggercombinaties worden veel gebruikt voor langeafstandsgoederenvervoer en kunnen containers, gekoelde goederen, vloeistoffen, bulkgoederen of andere lading vervoeren. Er kunnen bijzondere regels gelden voor rijbewijzen, maximale afmetingen en massa's, snelheidslimieten, rijstrookgebruik, inhalen, belading en rij- en rusttijden.
49. Trolleybus
Een trolleybus is een elektrisch aangedreven bus die normaal energie ontvangt van bovenleidingen via stroomafnemers op het voertuig. Anders dan een tram rijdt een trolleybus op gewone rubberbanden en wordt hij door de bestuurder gestuurd in plaats van door rails geleid.
Trolleybussen worden doorgaans gebruikt voor openbaar personenvervoer en kunnen busstroken, haltes en andere openbaarvervoersinfrastructuur gebruiken. Sommige moderne trolleybussen hebben ook batterijen of hulpaandrijvingen waarmee ze korte afstanden zonder aansluiting op de bovenleiding kunnen rijden.
50. Speedpedelec
Een speedpedelec is een snelle elektrisch ondersteunde fiets waarvan de motor trapondersteuning boven de normale grens voor elektrische fietsen kan blijven leveren, doorgaans tot ongeveer 45 km/h. Het voertuig heeft pedalen en is hoofdzakelijk ontworpen om de bestuurder tijdens het trappen te ondersteunen.
Door de hogere snelheid kan een speedpedelec juridisch anders worden behandeld dan een gewone fiets of elektrische fiets. Afhankelijk van het land kunnen bijzondere regels gelden voor minimumleeftijd, rijbewijs, helm, registratie, verzekering, gebruik van fietspaden en toegestane wegen.

Verkeersregels
Maleisië