loading

Woordenboek

Hier vind je de woordenschat van het verkeer.


Lichten


Lichten

De lichten op een voertuig hebben verschillende functies en zijn een belangrijk onderdeel van verkeersveiligheid. De lichten van uw voertuig verbeteren het zicht in de nacht. Ze zorgen er ook voor dat andere weggebruikers beter de aanwezigheid, positie, grootte en richting van uw voertuig kunnen zien.


Dimlichten

De dimlichten verlichten de weg zonder andere weggebruikers te verblinden, ze verlichten de weg tot ongeveer 30 meter. Bij het aanzetten van het dimlicht gaan ook de rode achterlichten branden. Het dimlichten is de standaard verlichting dat je moet gebruiken wanneer het donker wordt.


Grootlichten

Het grootlicht wordt gebruikt om de weg te verlichten zodat je verder kan zien, het zorgt voor een duidelijk zicht tot ongeveer 100 meter. Omdat het grootlicht een heel fel licht afgeeft, kan het andere weggebruikers verblinden. Je mag het grootlicht niet gebruiken als je achter een andere weggebruiker rijdt of bij het benaderen van een tegenligger.


Mistlichten

Het mistlicht mag gebruikt worden bij slechte weersomstandigheden zoals hevige regen, mist, of sneeuw. Het mistlicht kan andere weggebruikers verblinden, dus gebruik het enkel bij slecht weer. Niet alle auto's zijn uitgerust met mistlichten dus ze zijn ook niet verplicht te gebruiken.


Richtingaanwijzers

De richtingaanwijzers zijn knipperende lichten aan de linker en rechter voorkant en achterkant van het voertuig. Soms ook aan de zijkanten of op de zijspiegels van een voertuig. Ze worden gebruikt om de richting aan te geven aan andere weggebruikers bij het draaien of veranderen van rijstrook.


Waarschuwingslichten

Bij de meeste voertuigen kan je de vier richtingaanwijzers tegelijk laten knipperren. Dit zijn de waarschuwingslichten, ze mogen enkel gebruikt worden om andere weggebruikers te waarschuwen voor een gevaar.