1. India

India strekt zich uit over Zuid-Azië van de Himalaya tot de Indische Oceaan, met de Arabische Zee in het westen en de Golf van Bengalen in het oosten. Het verkeer rijdt links. Door de enorme omvang ontstaan zeer uiteenlopende rijomgevingen, waaronder dicht gemengd verkeer in grote steden, lange interstedelijke hoofdwegen, woestijnwegen in het westen, bergroutes in de Himalaya en seizoensgebonden verstoringen tijdens de moesson. India is sterk meertalig, zodat geschreven verkeersinformatie kan verschijnen in Engels, Hindi en regionale talen, waarbij taal en schrift veranderen wanneer bestuurders tussen deelstaten reizen.

India gebruikt geen nationaal autosnelwegvignet. Veel tolheffingen op National Highways en autosnelwegen worden elektronisch geïnd via FASTag en in aanmerking komende niet-commerciële voertuigen kunnen ook een jaarlijkse FASTag-pas gebruiken bij deelnemende tolpleinen op National Highways en National Expressways. Snelheidsregulering is opvallend gedecentraliseerd: nationale regels stellen maximumsnelheidsplafonds vast, waaronder maximaal 120 km/h voor een gewone personenauto op een autosnelweg met toegangscontrole, maar deelstaatregeringen en wegbeheerders kunnen lagere limieten opleggen. Het volgen van de aangegeven snelheidslimiet is daarom bijzonder belangrijk wanneer u tussen verschillende delen van India rijdt.

AI
Aan welke kant van de weg rijdt u in India?

Rijd aan de linkerkant van de weg en haal normaal in aan de rechterkant.

Wat is het noodnummer in India?

Bel 112 voor het landelijke Emergency Response Support System, dat toegang biedt tot hulpdiensten waaronder politie, brandweer en medische hulp.

Wat is de alcohollimiet voor autorijden in India?

Rijden met een alcoholconcentratie in het bloed boven 30 mg per 100 ml bloed, gelijk aan 0,3 g/l, valt onder de bepaling voor rijden onder invloed in de Motor Vehicles Act. De veiligste regel is vóór het rijden geen alcohol te drinken.

Wat is de snelheidslimiet in stedelijke gebieden in India?

Er is geen enkele landelijke stedelijke snelheidslimiet. Het centrale maximum voor een gewone M1-personenauto op wegen binnen gemeentegrenzen bedraagt 70 km/h, maar deelstaten en wegbeheerders stellen vaak lagere wegspecifieke limieten vast. Volg altijd de aangegeven limiet.

Wat is de snelheidslimiet op autosnelwegen met toegangscontrole in India?

Het landelijke maximum voor een gewone M1-personenauto op een autosnelweg met toegangscontrole bedraagt 120 km/h. Op een bepaalde autosnelweg of bepaald traject kan een lagere limiet worden vastgesteld en aangegeven.

Wat is de snelheidslimiet op gescheiden hoofdwegen in India?

Voor een gewone M1-personenauto bedraagt het landelijke maximum op een weg met vier of meer rijstroken en een fysieke scheiding tussen de rijbanen 100 km/h. Lagere limieten van deelstaat of verkeersborden hebben voorrang.

Wat is de snelheidslimiet op andere wegen in India?

Het centrale maximum voor een gewone M1-personenauto op wegen die niet onder de categorieën voor snellere autosnelwegen of gescheiden wegen vallen bedraagt doorgaans 70 km/h. Lokale autoriteiten kunnen lagere limieten instellen, zodat verkeersborden altijd moeten worden gevolgd.

Hebt u een autosnelwegvignet nodig in India?

Nee. India gebruikt geen landelijk autosnelwegvignet. In plaats daarvan wordt tol geheven op bepaalde National Highways, autosnelwegen, bruggen en andere aangewezen weginfrastructuur.

Wat is FASTag in India?

FASTag is een elektronisch tolbetalingssysteem dat RFID-technologie gebruikt. De tag wordt op het voertuig aangebracht en maakt elektronische inning van tol mogelijk bij deelnemende tolpoorten.

Heeft India een jaarlijkse FASTag-tolpas?

Ja. In aanmerking komende niet-commerciële voertuigen met een geldige FASTag kunnen kiezen voor de FASTag Annual Pass bij deelnemende NHAI-tolpoorten op National Highways en National Expressways. De pas is geldig gedurende 12 maanden of 200 tolpassages, afhankelijk van wat het eerst wordt bereikt.

Moeten auto's overdag koplampen gebruiken in India?

Er is geen algemene landelijke verplichting voor een gewone auto om tijdens elke heldere rit overdag dimlichten te gebruiken. Moderne tweewielers die onder de Indiase eisen voor Automatic Headlamp On (AHO) vallen gebruiken hun voorgeschreven dagverlichting automatisch.

Zijn veiligheidsgordels verplicht in India?

Ja. Bestuurders en passagiers moeten veiligheidsgordels gebruiken zoals voorgeschreven. Deelstaatregeringen kunnen beperkte uitzonderingen vaststellen voor bepaalde categorieën vervoersvoertuigen.

Wanneer moeten kinderen een kinderbeveiligingssysteem gebruiken in India?

Een kind jonger dan 14 jaar dat in een motorvoertuig reist moet met een veiligheidsgordel of geschikt kinderbeveiligingssysteem worden vastgezet. Anders dan in veel Europese landen gebruikt de nationale wet een leeftijdsgrens in plaats van één algemene regel van 135 cm of 150 cm.

Zijn motorhelmen verplicht in India?

Iedereen ouder dan vier jaar die op een openbare plaats een motorfiets bestuurt, erop rijdt of als passagier wordt vervoerd moet normaal de voorgeschreven beschermende hoofdbescherming dragen en deze correct vastmaken, behoudens beperkte wettelijke uitzonderingen.

Welke regels gelden wanneer een klein kind op een motorfiets wordt vervoerd in India?

Voor kinderen jonger dan vier jaar gelden bijzondere regels. Er moet een voorgeschreven veiligheidsharnas worden gebruikt, een kind van negen maanden tot vier jaar moet geschikte beschermende hoofdbescherming dragen en de motorfiets mag niet sneller rijden dan 40 km/h wanneer een kind tot vier jaar als passagier wordt vervoerd.

Mag u tijdens het rijden een mobiele telefoon gebruiken in India?

Het gebruik van een communicatieapparaat in de hand tijdens het rijden wordt als gevaarlijk rijgedrag beschouwd. Navigatieapparatuur mag alleen zo worden gebruikt dat deze de bestuurder niet afleidt van veilige controle over het voertuig.

Wie heeft voorrang op een ongeregeld kruispunt in India?

Bestuurders moeten eerst verkeersborden, signalen en eventuele voorrang van een hoofdweg volgen. Op een verder ongeregeld kruispunt moet u voorzichtig naderen en normaal voorrang verlenen aan verkeer dat van rechts komt wanneer geen andere voorrangsregel geldt.

Wie heeft voorrang op een rotonde in India?

Voertuigen die al op de rotonde rijden hebben voorrang op verkeer dat de rotonde oprijdt. Bestuurders moeten ook verkeerslichten, borden of politieaanwijzingen volgen die het kruispunt regelen.

Hebben voetgangers voorrang op voetgangersoversteekplaatsen in India?

Bestuurders moeten voetgangersoversteekplaatsen voorzichtig naderen en voorrang verlenen aan voetgangers die de oversteekplaats gebruiken. Rijd een oversteekplaats niet op wanneer dit voetgangers in gevaar brengt of hindert.

Mag u in India bij rood licht links afslaan?

In het algemeen wel. Volgens de nationale rijregels mag een bestuurder na voorrang te hebben verleend links afslaan bij rood voor verkeer dat van rechts nadert en voor voetgangers en fietsers die het pad van de bestuurder kruisen, tenzij een verkeerslicht, verkeersbord of andere verkeersregeling de afslag specifiek verbiedt.

Mag u overal claxonneren in India?

Nee. Bestuurders mogen de claxon niet onnodig of voortdurend gebruiken en evenmin waar verkeersborden claxonneren verbieden, waaronder aangewezen stilte- of claxonvrije gebieden.

Moeten bestuurders voorrang verlenen aan hulpverleningsvoertuigen in India?

Ja. Bestuurders moeten naar de kant gaan en vrije doorgang verlenen aan brandweervoertuigen, ambulances en andere aangewezen hulpverleningsvoertuigen die hun noodsignalen gebruiken.

Welke veiligheidsuitrusting moet een auto in India meenemen?

De Indiase voertuigregels voorzien in veiligheidsuitrusting waaronder een geschikte gevarendriehoek en EHBO-kit, samen met voorgeschreven gereedschap en voertuigspecifieke reserve-uitrusting. De precieze vereisten voor zaken zoals reservewielen, lampen en gereedschap hangen af van ontwerp en categorie van het voertuig.

Hebben voertuigen een Pollution Under Control-certificaat nodig in India?

Voertuigen waarop de Indiase emissietestregels voor voertuigen in gebruik van toepassing zijn moeten een geldig Pollution Under Control Certificate (PUCC) hebben. De toepasselijke test- en geldigheidsvereisten hangen af van factoren zoals voertuig, brandstoftype en emissienorm.

Welke talen worden op verkeersborden in India gebruikt?

Er is niet één geschreven taal of schrift dat overal wordt gebruikt. Bestuurders kunnen verkeersinformatie tegenkomen in Engels, Hindi en de relevante deelstaat- of regionale taal. Het schrift kan daardoor aanzienlijk veranderen wanneer u tussen verschillende delen van India reist.

2. Snelheidslimiet

Een snelheidslimiet is de hoogste wettelijk toegestane snelheid op een weg, rijstrook of binnen een afgebakend gebied. Ze kan worden vastgesteld door algemene verkeersregels of worden aangegeven met vaste, variabele of tijdelijke verkeersborden.

Een snelheidslimiet is een maximum, geen streefsnelheid. Bestuurders moeten langzamer rijden wanneer verkeer, zicht, weer, wegomstandigheden, kwetsbare weggebruikers of de toestand van het voertuig de maximaal toegestane snelheid onveilig maken.

3. Tolweg

Een tolweg is een weg, autosnelweg, brug, tunnel of andere route waarvoor gebruikers moeten betalen. De tol kan voor alle voertuigen gelden of alleen voor bepaalde voertuigcategorieën, en het bedrag kan afhangen van factoren zoals de afgelegde afstand, het voertuigtype, het gewicht of de uitstoot.

Tol kan worden geïnd bij tolpoorten, elektronisch of via een vignet- of afstandsgebaseerd heffingssysteem. Bestuurders moeten vóór gebruik van een tolweg de toepasselijke betalingsregels controleren, vooral wanneer zij in een ander land rijden.

Tolweg

4. Bushalte

Een bushalte is een aangeduide plaats waar bussen stoppen om passagiers te laten instappen of uitstappen. Ze kan worden aangegeven door een verkeersbord, schuilhuisje, verhoogd perron, wegmarkering of andere infrastructuur voor openbaar vervoer en kan langs de weg of in een speciaal aangelegde halteplaats liggen.

Bestuurders die een bushalte naderen, moeten goed letten op bussen, voetgangers en passagiers die de rijbaan oversteken of betreden. Rond bushaltes kunnen parkeer- of stilstandsbeperkingen gelden om de halte bereikbaar en goed zichtbaar te houden.

Bushalte

5. Stopbord

Een stopbord verplicht bestuurders om hun voertuig volledig tot stilstand te brengen en voorrang te verlenen voordat zij de weg voor hen oprijden of kruisen. Er moet worden gestopt aan de stopstreep of op een andere wettelijk voorgeschreven plaats.

Na het stoppen mag de bestuurder alleen verderrijden wanneer dit veilig kan en zonder het verkeer dat voorrang heeft te hinderen. Door te stoppen krijgt de bestuurder zelf geen voorrang.

Stopbord

6. Rotonde

Een rotonde is een cirkelvormige weginrichting waar verkeer in één aangeduide richting rond een centraal eiland rijdt. Voertuigen rijden de rotonde op en verlaten deze via aansluitende wegen, en verkeersborden of plaatselijke regels bepalen wie voorrang heeft.

Bestuurders moeten snelheid verminderen, een geschikte rijstrook kiezen, alle weggebruikers observeren en waar vereist richting aangeven bij het verlaten. De rijrichting, voorrang bij het oprijden, het rijstrookgebruik en de regels voor fietsers en voetgangers hangen af van plaatselijke verkeersborden en regels.

Rotonde

7. Voetgangersoversteekplaats

Een voetgangersoversteekplaats is een aangewezen plaats waar voetgangers een weg kunnen oversteken. Ze wordt doorgaans aangeduid met wegmarkeringen, verkeersborden, verkeerslichten of een combinatie daarvan.

Bestuurders moeten met de nodige voorzichtigheid naderen en voorrang verlenen wanneer de plaatselijke wetgeving dat vereist. Voetgangers moeten ook op naderend verkeer letten en eventuele voetgangerslichten of aanwijzingen van bevoegde verkeersregelaars opvolgen.

Voetgangersoversteekplaats

8. Spoorwegovergang

Een spoorwegovergang, ook wel overweg genoemd, is een plaats waar een weg of pad spoorlijnen op hetzelfde niveau kruist. De overweg kan beveiligd zijn met slagbomen, waarschuwingslichten, bellen, verkeersborden of een combinatie van deze voorzieningen.

Weggebruikers moeten voorzichtig naderen en mogen de overweg nooit oprijden wanneer een trein nadert, waarschuwingssignalen actief zijn of de uitrit geblokkeerd is. Steek vlot over en stop of wacht nooit op de sporen en zorg dat u er niet vast komt te staan.

Spoorwegovergang

9. Schoolomgeving

Een schoolomgeving is een weg of een groep wegen nabij een school waar grote aantallen kinderen kunnen lopen, fietsen, oversteken of in- en uitstappen. Ze kan worden aangeduid met waarschuwingsborden, zoneborden, wegmarkeringen, verkeersremmende maatregelen of knipperlichten.

Bijzondere snelheidslimieten, parkeerbeperkingen of toegangsregels kunnen permanent gelden of alleen tijdens de aankomst- en vertrektijden van de school. Bestuurders moeten snelheid verminderen, extra goed op kinderen letten en bereid zijn te stoppen.

10. Overstekende dieren

Een waarschuwing voor overstekende dieren duidt een plaats of wegvak aan waar wilde dieren, vee of bereden dieren de weg kunnen oprijden of oversteken. Dieren kunnen plots verschijnen, zich onvoorspelbaar bewegen of moeilijk zichtbaar zijn in het donker, tussen begroeiing of bij slecht weer.

Bestuurders moeten hun snelheid verlagen, beide kanten van de weg observeren en klaar zijn om te stoppen. Het waarschuwingsbord geeft dieren op zichzelf geen voorrang en legt geen numerieke snelheidslimiet op, maar bestuurders moeten vermijden dieren te laten schrikken, in gevaar te brengen of aan te rijden.

11. Bocht

Een bocht is een wegvak dat naar links of rechts van richting verandert. Een scherpe, onverwachte of slecht zichtbare bocht kan het zicht van de bestuurder op tegemoetkomend verkeer, stilstaande voertuigen, voetgangers en andere gevaren beperken.

Bestuurders moeten hun snelheid verlagen vóór ze de bocht inrijden, binnen hun rijstrook blijven en geleidelijk sturen, remmen en accelereren. Waarschuwingsborden kunnen de richting van de eerste bocht of een reeks opeenvolgende bochten aangeven.

Bocht

12. Wegwerkzaamheden

Wegwerkzaamheden zijn bouw-, onderhouds-, herstel- of inspectiewerkzaamheden die op of naast een weg worden uitgevoerd. Ze kunnen de weginrichting, rijstrookbreedte, snelheidslimieten, voorrang, toegestane rijrichtingen en voorzieningen voor voetgangers of fietsers tijdelijk wijzigen.

Bestuurders moeten de tijdelijke verkeersborden, verkeerslichten, barrières, wegmarkeringen en aanwijzingen van bevoegde personen volgen. Ze moeten hun snelheid verminderen, hun volgafstand vergroten en rekening houden met smalle rijstroken, stilstaand verkeer, werknemers, machines en plotselinge wijzigingen in de route.

Wegwerkzaamheden

13. Voorrang op het volgende kruispunt

Voorrang op het volgende kruispunt betekent dat bestuurders die op een bepaalde weg rijden voorrang hebben op verkeer dat op het volgende kruispunt vanuit kruisende wegen invoegt. De voorrangsregeling wordt normaal aangegeven met borden die zowel naar het voorrangsgerechtigde verkeer als naar het verkeer dat voorrang moet verlenen zijn gericht.

Anders dan bij een doorlopende voorrangsweg geldt deze voorrang alleen op het aangeduide kruispunt. Bestuurders moeten het kruispunt nog steeds voorzichtig naderen en verkeerslichten, aanwijzingen van bevoegde personen, oversteekplaatsen, afslagregels en andere toepasselijke verkeersborden naleven.

Voorrang op het volgende kruispunt

14. Verkeerslichten

Verkeerslichten gebruiken gekleurde lichten, pijlen of symbolen om te regelen wanneer weggebruikers mogen doorrijden, zich moeten voorbereiden om te stoppen of moeten blijven stilstaan. Afzonderlijke signalen kunnen gelden voor bepaalde richtingen, rijstroken, voetgangers, fietsers of voertuigen van het openbaar vervoer.

Een groen licht staat beweging alleen toe wanneer de weg vrij is en de beweging verder wettelijk is toegestaan. Weggebruikers moeten daarnaast voorrangsregels, afslagverboden, wegmarkeringen en aanwijzingen van bevoegde verkeersregelaars blijven volgen.

Verkeerslichten

15. Rijbewijs

Een rijbewijs is een officieel document dat iemand toestemming geeft om een of meer bepaalde categorieën motorvoertuigen te besturen. Het kan voorwaarden, beperkingen, categoriecodes en vervaldata bevatten die bepalen welke voertuigen de houder mag besturen.

Bestuurders moeten beschikken over een rijbewijs dat geldig is voor de betrokken voertuigcategorie en het betrokken rechtsgebied. Een rijbewijs kan voorlopig, definitief, beperkt, geschorst of ingetrokken zijn en voor beroepsmatig rijden kunnen aanvullende kwalificaties vereist zijn.

Rijbewijs

16. Verkeersspiegel

Een verkeersspiegel is een bolle spiegel die wordt geplaatst bij een kruispunt, uitrit, bocht of andere plaats met beperkt zicht. Door het gebogen oppervlak biedt hij een breder zicht op naderende weggebruikers dan een gewone vlakke spiegel.

Een verkeersspiegel is alleen een hulpmiddel voor het zicht. Hij kan afstand, snelheid en richting vervormen en kan worden beïnvloed door duisternis, weer, vuil of beschadiging. Bestuurders moeten de weg rechtstreeks blijven observeren, alle voorrangsregels naleven en alleen verder rijden wanneer dat veilig is.

Verkeersspiegel

17. Stilstaan verboden

Stilstaan verboden betekent dat voertuigen op de aangeduide plaats niet vrijwillig mogen stoppen, zelfs niet kort om passagiers te laten in- of uitstappen of om goederen te laden of lossen. Het is een strengere beperking dan een parkeerverbod.

Een verbod om stil te staan kan worden aangegeven met een verkeersbord, wegmarkering of lokale verkeersregel. Bestuurders moeten doorrijden naar een plaats waar stoppen is toegestaan, tenzij ze door verkeersomstandigheden, een noodsituatie of een andere wettelijke verplichting gedwongen zijn te stoppen.

Stilstaan verboden

18. Achteruitrijden

Achteruitrijden betekent een voertuig achterwaarts verplaatsen. Het wordt vaak gebruikt bij parkeren, het verlaten van een krappe ruimte of het verplaatsen van een voertuig wanneer vooruitrijden niet praktisch is.

Voor het achteruitrijden moet de bestuurder de spiegels en dode hoeken controleren, zorgvuldig rondom het voertuig kijken en ervoor zorgen dat de ruimte achter het voertuig vrij is. Achteruitrijden moet langzaam en alleen zo lang als nodig gebeuren, omdat het zicht achter het voertuig vaak beperkt is.

Achteruitrijden

19. Kentekenplaat

Een kentekenplaat, ook registratieplaat of nummerplaat genoemd, is een plaat met een unieke registratiecode die door de bevoegde registratieautoriteit aan een voertuig is toegewezen. Ze maakt identificatie van het voertuig mogelijk voor onder meer registratie, verkeershandhaving, belastingen, verzekering en parkeercontrole.

Uiterlijk, formaat, plaatsing en het vereiste aantal platen verschillen per land en voertuigcategorie. Bestuurders moeten ervoor zorgen dat verplichte kentekenplaten correct bevestigd, duidelijk zichtbaar en leesbaar zijn en de lokale regels volgen wanneer een plaat verloren, gestolen, beschadigd of vervangen is.

Kentekenplaat

20. Laadstation

Een laadstation is een locatie met één of meer laadpunten waar de batterij van een elektrisch voertuig of plug-inhybride op het elektriciteitsnet kan worden aangesloten en opgeladen. Laadstations kunnen langs openbare wegen, op parkeerterreinen, bij serviceplaatsen of op privéterrein liggen.

Laadplaatsen kunnen voorbehouden zijn aan voertuigen die aan het laden zijn en onderworpen zijn aan parkeerbeperkingen, tijdslimieten, betalingsvoorwaarden of andere regels. Bestuurders moeten de verkeersborden, parkeerregels en laadinstructies ter plaatse volgen.

Laadstation

21. Bus

Een bus is een motorvoertuig dat is ontworpen voor het vervoer van meerdere passagiers, meestal als onderdeel van openbaar vervoer, schoolvervoer, privévervoer of een andere passagiersdienst. Bussen hebben doorgaans meer passagierscapaciteit dan auto's en kunnen zijn ontworpen voor zittende passagiers, staande passagiers of beide.

Voor bussen kunnen bijzondere regels gelden voor rijbewijs, passagierscapaciteit, snelheidslimieten, veiligheidsgordels, busstroken, haltes en het in- en uitstappen van passagiers. De juridische indeling van bussen en touringcars en de toepasselijke regels verschillen per land; bestuurders en passagiers moeten daarom de lokale verkeersvoorschriften volgen.

Bus

22. Politie

De politie is een overheidsdienst die wetten handhaaft, de openbare veiligheid bewaakt en situaties beheert die het wegverkeer kunnen beïnvloeden. In het verkeer kunnen politieagenten voertuigen controleren, verkeersregels handhaven, ongevallen onderzoeken, verkeer regelen en op noodsituaties reageren.

Weggebruikers moeten wettige aanwijzingen van politieagenten of andere bevoegde verkeersregelaars opvolgen. Afhankelijk van de lokale wetgeving kunnen politieaanwijzingen tijdelijk voorrang hebben op verkeerslichten, verkeersborden of de normale verkeersregeling.

23. Ambulance

Een ambulance is een voertuig dat is uitgerust en wordt gebruikt om spoedeisende medische hulp te verlenen of patiënten te vervoeren naar of tussen zorginstellingen. Ambulances kunnen medische apparatuur en opgeleid personeel meenemen dat tijdens het vervoer behandeling kan geven.

Tijdens een spoedrit kan een ambulance waarschuwingslichten en een sirene gebruiken en bijzondere voorrang of uitzonderingen op bepaalde verkeersregels krijgen. Andere weggebruikers moeten de lokale regels voor hulpdiensten volgen, voldoende ruimte maken en de doorgang niet hinderen.

Ambulance

24. Kuil

Een kuil is een gat of verzakking in het wegdek veroorzaakt door slijtage, weersinvloeden, water, herhaalde verkeersbelasting of achteruitgang van het wegdek. Kuilen kunnen sterk verschillen in grootte en diepte en geleidelijk ontstaan of na vorst, hevige regen of intensief verkeer erger worden.

Kuilen kunnen besturing, remwerking en voertuigstabiliteit beïnvloeden en banden, velgen of onderdelen van de ophanging beschadigen. Bestuurders en rijders moeten de weg voor zich observeren, hun snelheid aanpassen en plotselinge of gevaarlijke manoeuvres vermijden bij beschadigd wegdek.

Kuil

25. Pad

Een pad is een relatief smalle route die bedoeld is voor voetgangers en, waar toegestaan, andere weggebruikers of kleine voertuigen. Paden kunnen door stedelijke gebieden, het platteland, parken, bossen of tussen andere wegen lopen en kunnen verhard of onverhard zijn.

Een pad is niet noodzakelijk hetzelfde als een voetpad of fietspad. Welke weggebruikers het mogen gebruiken hangt af van de juridische status, breedte, verkeersborden en lokale voorschriften.

Pad